Nieuws

Minister Beenders over toegankelijkheid voor personen met een handicap: "Binnen 10 jaar moet België écht toegankelijk zijn voor iedereen"

Team Vooruit

Thursday 16

July 2026 12:24

Iedereen verdient een plek in onze samenleving, zonder drempels of hindernissen. Toch botsen mensen met een handicap nog elke dag op gesloten deuren. Dat wil federaal minister voor Personen met een handicap Rob Beenders (Vooruit) veranderen. In deze opinie - verschenen in Sampol - legt de minister de vinger op de wonde. Hij kijkt over de grens naar Frankrijk en bewijst dat het kan: “Met een concreet plan maken we België binnen tien jaar echt toegankelijk voor iedereen."

 

 >> Lees hier meer over hoe we de wachtlijsten in de zorg voor mensen met een handicap aanpakken

>> Lees hier meer over hoe we de koopkracht van alleenstaanden met een handicap versterken

De toegankelijkheid van openbare ruimten en gebouwen is een basisvoorwaarde voor de inclusie van personen met een handicap. Hierdoor kunnen zij zich zelfstandig verplaatsen en toegang krijgen tot winkels, openbare diensten, culturele activiteiten, hun werkplek, enzovoort. Toegankelijkheid is in dit opzicht een fundamenteel recht: een recht dat de weg vrijmaakt voor andere rechten.

België presteert op het gebied van toegankelijkheid slecht, ondanks het bestaan van wettelijke verplichtingen. Uit een evaluatieonderzoek van Inter, het Vlaams expertisecentrum toegankelijkheid, bleek dat van een steekproef van 147 publiek toegankelijke gebouwen die onlangs een bouwvergunning hadden gekregen, geen enkel gebouw volledig voldeed aan de vereisten van de toegankelijkheidsverordening.

Als federaal minister voor Personen met een Handicap kan ik niet stilzitten bij deze maatschappelijke uitdaging. Ik wil een ambitie uitspreken dat België binnen tien jaar één van de meest toegankelijke regio's van Europa wordt. Om die ambitie te verwezenlijken, kunnen we inspiratie putten uit onze buurlanden.

Frankrijk heeft al meer dan twee decennia een ambitieus toegankelijkheidsbeleid ontwikkeld. Die ervaring toont welke instrumenten werken, welke moeilijkheden zich voordoen, en hoe een beleid zich op lange termijn kan ontwikkelen. Ze biedt dan ook waardevolle lessen voor het uitstippelen van een samenhangende aanpak van toegankelijkheid in België.

Toegankelijkheid heeft betrekking op zeer uiteenlopende domeinen: openbare ruimten, openbaar vervoer, dienstverlening, websites, communicatie enzovoort. In dit artikel beperk ik mij tot de aanpak die Frankrijk ontwikkelde voor publiek toegankelijke gebouwen, meer bepaald de bestaande gebouwen.

 

Franse aanpak

Frankrijk nam in 2005 een kaderwet inzake gelijke rechten en kansen aan (beter bekend als de loi Handicap), die onder meer toegankelijkheidsverplichtingen oplegde voor gebouwen die publiek ontvangen. Daarbij werd een termijn van tien jaar voorzien om aan de voorschriften te voldoen.

Sinds de inwerkingtreding van de wet werd het beleid geleidelijk aangevuld met verschillende ondersteunende maatregelen. Een aantal instrumenten springen daarbij in het oog.

👉​ Verplichte planning. Alle publiek toegankelijke gebouwen die niet aan de voorschriften voldoen, moeten een Agenda d'accessibilité programmée (Ad'AP) opstellen. Eigenaars van niet-conforme gebouwen verbinden zich ertoe binnen tien jaar de nodige aanpassingen uit te voeren.

👉​ Pragmatisme. Frankrijk ontwikkelde een minder binaire benadering dan de loutere naleving van technische normen. Voor bestaande gebouwen zijn afwijkingen mogelijk, evenals oplossingen met een 'gelijkwaardig effect': technische of architecturale alternatieven die hetzelfde doel bereiken en eenzelfde mate van autonomie en dienstverlening garanderen.

👉​ Ondersteuning. Voor kleinere gebouwen zijn subsidies beschikbaar die tot 20.000 euro van de aanpassingswerken kunnen dekken. Eigenaars worden bovendien aangemoedigd deze werken te combineren met andere renovaties, bijvoorbeeld op het vlak van energieprestaties.

👉​Communicatie. Voor personen met een handicap is betrouwbare informatie over de toegankelijkheid van locaties essentieel om hun verplaatsingen te plannen. Daarom zette Frankrijk het collaboratieve opensource- en opendataplatform Accèslibre op. Eigenaars of beheerders vullen er, aan de hand van een gestandaardiseerd criteriarooster en foto's, de toegankelijkheidsinformatie van hun gebouw in.

👉​ Sancties. Tot slot voorziet Frankrijk ook in sancties bij niet-naleving van de toegankelijkheidsregels: aanzienlijke administratieve boetes en, bij herhaling, zelfs een administratieve sluiting van de instelling.

Dat kader ontstond uiteraard niet van de ene dag op het andere. Geleidelijk aan en naargelang de noden, werden nieuwe maatregelen en aanpassingen ingevoerd. De eerste jaren na de goedkeuring van de wet van 2005 stonden vooral in het teken van de uitwerking van het algemene kader. Pas vanaf het begin van de jaren 2010 kwamen meer gerichte begeleidende instrumenten tot stand, zoals de Ad'AP. Het Accèslibre-platform en de strengere controles vormen de meest recente fase van het Franse toegankelijkheidsbeleid.

 

Balans na 20 jaar

Hoe ziet de balans eruit in Frankrijk twintig jaar later? De in 2005 vastgelegde termijn van tien jaar voor de volledige aanpassing van alle publiek toegankelijke gebouwen werd niet gehaald. Ook vandaag is die doelstelling nog niet volledig bereikt.

Toch bracht de wet een fundamentele dynamiek op gang die op lange termijn haar vruchten afwerpt. Dankzij deze wet konden tal van aanvullende maatregelen worden ingevoerd die het oorspronkelijke kader versterkten of een antwoord boden op moeilijkheden die destijds nog niet waren voorzien. Bovendien is op alle bestuursniveaus en binnen het maatschappelijk middenveld een aanzienlijke expertise opgebouwd.

Eén cijfer illustreert tegelijk de vooruitgang en de uitdagingen die nog resten. Ongeveer 700.000 publiek toegankelijke gebouwen hebben zich aangesloten bij een geplande toegankelijkheidsagenda (Ad'AP) en 350.000 gebouwen worden inmiddels als toegankelijk beschouwd. Tegelijk nemen nog ongeveer 900.000 gebouwen aan geen enkel programma deel. Bijna 90% daarvan zijn kleine handelszaken of lokale voorzieningen, zoals bakkerijen en apotheken, die vaak over beperkte middelen beschikken om de noodzakelijke investeringen te doen.

 

Wat kan België leren?

Ook Vlaanderen beschikt over een kader voor de toegankelijkheid van publiek toegankelijke gebouwen. In het licht van de evaluatie van het expertisecentrum Inter wordt momenteel een hervorming besproken om dat kader doeltreffender te maken. De Waalse regering, op haar beurt, heeft zich ertoe verbonden om tijdens deze legislatuur een toegankelijkheidsdecreet aan te nemen.

De Franse ervaring is bijzonder relevant voor de ontwikkelingen in België. Ik onthoud drie belangrijke lessen:

👉​ Eén. Toegankelijkheid is een langetermijnproject. Het vraagt een coherente visie die over alle bestuursniveaus én over verschillende legislaturen heen wordt volgehouden. We hebben een strategie nodig voor de komende tien jaar.

👉​ Twee. Eigenaars en exploitanten moeten worden opgenomen in meerjarige trajecten om hun gebouwen toegankelijk te maken. Zij moeten hun verantwoordelijkheid opnemen, maar de overheid moet hen tegelijk begeleiden, waar nodig financieel ondersteunen én kunnen sanctioneren wanneer zij hun engagementen niet nakomen.

👉​ Drie. We moeten transparanter communiceren over de toegankelijkheid van gebouwen. Niet alle gebouwen zullen morgen volledig toegankelijk zijn. Maar mensen met een handicap moeten vandaag al kunnen weten welke gebouwen voor hen toegankelijk zijn en in welke mate. Het Vlaamse initiatief IedereenOveral is een eerste stap in die richting.

 


Ga naar Laatste nieuws
Over de Auteur

Team Vooruit

Deel dit artikel met je vrienden.