LOKAAL: Onze agenda voor de Gemeenteraad van oktober 2026
Vooruit Hemiksem
Sunday 18
October 2026 08:00
Als oppositiepartij nemen we onze rol ernstig. We volgen het beleid kritisch op, stellen vragen waar nodig, en blijven pleiten voor openheid, eerlijk bestuur en échte inspraak. Tijdens elke Gemeenteraad krijgen we de kans om het bestuur aan te spreken, en die kans grijpen we met beide handen.
Hieronder lees je welke vragen en voorstellen we op de agenda zetten voor de komende Gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. Van het recyclagepark over kinderopvang tot de BIN-werking: we blijven de stem van de inwoners vertolken. Want: wij werken verder. Voor u. Voor H.
Gemeenteraad - Schriftelijke vragen
1. Realisatie volwaardig recyclagepark
Context
In het meerjarenplan lezen we het volgende:
We onderzoeken hoe we de dienstverlening van het recyclagepark kunnen verbeteren zodat deze als breed toegankelijk ervaren wordt en inspeelt op de noden en de verwachtingen van de inwoners binnen een betaalbare context.
In het bestuursakkoord van deze meerderheid stond het nog iets concreter:
Samenwerking met Schelle in kader van intergemeentelijk recyclagepark
Op verschillende momenten is hier in de gemeenteraad aangehaald dat de realisatie van een volwaardig recyclagepark voor Hemiksem en Schelle een doelstelling van dit bestuur is. Daarvoor werd ook gekeken naar de grond tussen Lamifil en de Bouwerijstraat, tegenover de watertoren en het WZC Hoghe Cluyse.
Daar wordt de laatste weken duchtig gewerkt aan een grote hal. Wat doet vermoeden dat deze gronden niet meer snel beschikbaar zullen komen voor een recyclagepark.
Vragen
-
Welke vooruitgang valt er nog te melden in de doelstelling om een volwaardig recyclagepark te realiseren op Hemiksem of Schels grondgebied?
2. Faciliteiten kerkhof
Context
In mei 2026 werden bij het gemeentebestuur enkele praktische knelpunten op de gemeentelijke begraafplaats aangekaart, waaronder het ontbreken van een waterkraantje aan de ingang en het gebruik en onderhoud van de beschikbare bolderkarren.
Het ontbreken van een waterpunt aan de ingang betekent dat bezoekers nog steeds een aanzienlijke afstand moeten afleggen om water te halen voor het onderhoud van graven en bloemen. Vooral voor oudere bezoekers en personen die minder mobiel zijn, vormt dit een bijkomende hindernis.
In een schriftelijk antwoord van 19 mei 2026 bevestigde burgemeester Jenne Meyvis dat de gemeentelijke diensten een rondgang hadden uitgevoerd op de begraafplaats en dat de plaatsing van het nieuwe waterkraantje was besproken. De installatie zou spoedig gebeuren, al kon op dat ogenblik nog geen concrete uitvoeringsdatum worden meegedeeld.
Daarnaast werd toegezegd dat de bolderkarren zouden worden schoongemaakt en dat het gebruik ervan in de toekomst beter zou worden opgevolgd. Deze karren zijn immers bedoeld om bezoekers te helpen bij het vervoer van bloemen, water en onderhoudsmateriaal, maar worden volgens meldingen van bezoekers regelmatig gebruikt voor de opslag van groenafval en ander afval. Hierdoor zijn ze niet altijd beschikbaar en raken ze sneller beschadigd.
Ondertussen zijn we verschillende maanden verder en ontvangen we opnieuw signalen van bezoekers dat deze problemen nog steeds niet zijn opgelost.
Vragen
- Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de plaatsing van het aangekondigde waterkraantje aan de ingang van de begraafplaats?
- Waarom heeft de installatie, ondanks de eerdere toezegging in mei 2026, nog niet plaatsgevonden?
- Kan het college een concrete timing meedelen waarbinnen het waterkraantje operationeel zal zijn?
- Welke maatregelen werden sinds mei genomen om de bolderkarren schoon, gebruiksklaar en beschikbaar te houden voor bezoekers?
- Zal het college bijkomende maatregelen nemen om te vermijden dat de bolderkarren worden gebruikt voor de opslag van groenafval en ander afval, zodat ze hun oorspronkelijke functie kunnen blijven vervullen?
3. Ontslag BIN-coördinatoren
Context
Tijdens de extra gemeenteraad van januari 2025, die op initiatief van de oppositie werd samengeroepen naar aanleiding van de veiligheidsproblematiek in Hemiksem, heeft Vooruit uitgebreid stilgestaan bij de werking van de buurtinformatienetwerken (BIN's).
We hebben toen uitdrukkelijk benadrukt dat BIN’s een waardevol instrument zijn om de veiligheid, sociale betrokkenheid en samenwerking tussen inwoners en politie te versterken.
De BIN-coördinatoren spelen daarin een cruciale rol. Het gaat om geëngageerde vrijwilligers die zich belangeloos inzetten voor hun buurt en die een belangrijke brugfunctie vervullen tussen inwoners, politie en lokaal bestuur. Net daarom hebben we tijdens die gemeenteraad gewaarschuwd dat het engagement van deze vrijwilligers niet als vanzelfsprekend mag worden beschouwd.
Een buurtinformatienetwerk kan immers alleen behoorlijk functioneren wanneer er voldoende ondersteuning, wederzijdse communicatie, duidelijke taakafspraken en erkenning zijn.
Vanuit die vaststelling stelde Vooruit destijds een concreet zevenpuntenplan voor onder de noemer BIN 2.0. Dat voorstel werd tijdens de bespreking positief onthaald door toenmalig burgemeester Luc Bouckaert en Peter Muyshondt, de korpschef van politiezone Rupel.
Het plan omvatte zeven belangrijke pijlers:
- Een duidelijk wettelijk en organisatorisch kader, waarin de rol, verantwoordelijkheden en grenzen van de BIN-werking helder worden omschreven.
- Opleiding en bijscholing voor BIN-coördinatoren, onder meer rond criminaliteitspreventie, communicatie en samenwerking met politie en hulpdiensten.
- Een officieel mandaat en erkenning, zodat de positie van BIN-coördinatoren duidelijk is voor zowel de inwoners als de betrokken overheidsdiensten.
- Een betere communicatie en een centraal contactpunt, zodat coördinatoren snel en rechtstreeks informatie kunnen uitwisselen met de bevoegde politiediensten.
- Sensibilisering en bewustmaking, om inwoners actief bij de BIN-werking te betrekken en de meerwaarde van het netwerk te versterken.
- Een actieve ondersteunende rol voor het lokaal bestuur, onder meer door overleg te organiseren, voldoende middelen beschikbaar te stellen en de vrijwilligerswerking te ondersteunen.
- Aandacht voor een sterker bovenlokaal beleidskader, waarbij ook op hogere bestuursniveaus wordt gepleit voor voldoende erkenning, ondersteuning en duidelijke afspraken.
Daarnaast vroegen we om de BIN-werking expliciet te integreren in het lokale veiligheids- en participatiebeleid.
We benadrukten ook dat organisatorische structuren een efficiënte samenwerking niet in de weg mogen staan. Informatie over verdachte situaties moet op een vlotte manier kunnen worden gedeeld, ook wanneer die informatie afkomstig is van inwoners of lokale zelfstandigen die niet noodzakelijk binnen dezelfde BIN-zone actief zijn.
Onze belangrijkste waarschuwing was destijds bijzonder duidelijk: wanneer gemotiveerde BIN-coördinatoren onvoldoende ondersteuning en opvolging krijgen, bestaat het risico dat ze afhaken, waardoor niet alleen het netwerk verzwakt, maar ook het vertrouwen van inwoners in de samenwerking met de politie.
Helaas stellen we vandaag vast dat die bezorgdheid bijzonder actueel is geworden.
In augustus en september 2026 hebben meerdere BIN-coördinatoren aan de korpschef van politiezone Rupel en burgemeester Jenne Meyvis laten weten dat zij hun engagement als BIN-coördinatoren in Hemiksem beëindigen.
Het gaat dus niet om één geïsoleerd vertrek, maar om meerdere geëngageerde vrijwilligers die hun engagement beëindigen.
In hun schrijven benadrukken de coördinatoren dat zij zich jarenlang met overtuiging en betrokkenheid hebben ingezet voor de veiligheid in Hemiksem. Tegelijkertijd geven zij aan dat de noodzakelijke communicatie, ondersteuning en terugkoppeling vanuit de politiediensten volgens hen onvoldoende aanwezig zijn.
Ze verwijzen daarbij onder meer naar het uitblijven van verdere communicatie na een eerder georganiseerd BIN-evenement in aanwezigheid van de gouverneur, ondanks de verwachtingen die daarover werden gewekt.
Daarnaast signaleren ze dat inwoners zich bij incidenten of verdachte situaties regelmatig tot de BIN-coördinatoren wenden, terwijl die vrijwilligers zelf onvoldoende toegang hebben tot betrouwbare informatie of ondersteuning om daarop adequaat te reageren.
Daardoor ontstaat volgens hen een fundamentele tegenstelling: van BIN-coördinatoren wordt betrokkenheid en verantwoordelijkheid verwacht, maar de ondersteuning die noodzakelijk is om hun opdracht behoorlijk uit te voeren, blijft onvoldoende.
Ook de bereikbaarheid van de politiediensten en de terugkoppeling na meldingen worden als belangrijke knelpunten aangehaald.
De betrokken vrijwilligers benadrukken uitdrukkelijk dat hun kritiek niet gericht is tegen individuele politiemensen en dat zij respect hebben voor de dagelijkse inspanningen van het politiekorps.
Hun bezorgdheid heeft vooral betrekking op de structurele organisatie van de samenwerking tussen politie en BIN-coördinatoren.
Ze waarschuwen bovendien dat een buurtinformatienetwerk zijn meerwaarde dreigt te verliezen wanneer de communicatie met de leden onvoldoende kan worden gegarandeerd.
Vanuit Vooruit betreuren we bijzonder sterk dat mensen die zich jarenlang vrijwillig hebben ingezet voor de veiligheid in onze gemeente zich uiteindelijk genoodzaakt voelen om hun engagement stop te zetten.
Het is bovendien opvallend dat de redenen die zij vandaag aanhalen, vrijwel volledig aansluiten bij de knelpunten waarvoor wij tijdens de gemeenteraad van januari 2025 reeds waarschuwden.
Net daarom hebben we toen ons voorstel BIN 2.0 naar voren geschoven.
Dat voorstel was niet bedoeld als louter theoretische oefening, maar als een concreet actieplan om de bestaande werking te versterken, vrijwilligers beter te ondersteunen en de samenwerking met politie en gemeentebestuur structureel te verbeteren.
De recente ontwikkelingen maken duidelijk hoe belangrijk het is om die aanbevelingen opnieuw ernstig te bekijken.
We willen daarbij niet uitsluitend achteromkijken of op zoek gaan naar schuldigen. Wel vinden we dat het gemeentebestuur en de politiezone de signalen van deze vrijwilligers ernstig moeten nemen en moeten onderzoeken wat nodig is om het vertrouwen te herstellen.
Een buurtinformatienetwerk mag geen lege administratieve structuur worden. Het moet een actief samenwerkingsverband zijn waarin burgers, politie en gemeente elkaar versterken.
Dat vereist niet alleen de inzet van vrijwilligers, maar ook een duidelijk engagement van de bevoegde overheden.
Vragen
- Hoeveel coördinatoren en co-coördinatoren hebben sinds begin 2025 hun engagement beëindigd en hoeveel zijn er momenteel nog actief?
- Heeft het gemeentebestuur, eventueel samen met de korpsleiding, contact opgenomen met de betrokken vrijwilligers om hun beslissing en de aangehaalde knelpunten te bespreken? Zo ja, welke conclusies werden hieruit getrokken? Zo niet, is het college bereid alsnog met hen in gesprek te gaan?
- Welke gevolgen hebben deze ontslagen voor de dagelijkse werking van de buurtinformatienetwerken in Hemiksem? Kan het college garanderen dat de bestaande BIN's operationeel blijven en dat de aangesloten inwoners nog steeds de noodzakelijke informatie en meldingen ontvangen?
- Welke initiatieven worden genomen om nieuwe coördinatoren aan te trekken en de continuïteit van de BIN-werking te waarborgen? Wordt daarbij ook onderzocht hoe kan worden vermeden dat nieuwe vrijwilligers met dezelfde problemen worden geconfronteerd?
- Hoe evalueert het college de communicatie en samenwerking tussen de BIN-coördinatoren, politiezone Rupel en het gemeentebestuur? Herkent het college de aangehaalde problemen rond bereikbaarheid, informatie-uitwisseling en het ontbreken van structurele terugkoppeling?
- Bestaat er momenteel een vast aanspreekpunt binnen politiezone Rupel voor de BIN-coördinatoren? Welke afspraken gelden er over de bereikbaarheid, informatiedoorstroming en terugkoppeling na meldingen of incidenten?
- Hoeveel structurele overlegmomenten hebben sinds januari 2025 plaatsgevonden tussen de BIN-coördinatoren, de politiediensten en het gemeentebestuur? Welke concrete afspraken of verbetermaatregelen zijn daaruit voortgekomen?
- Is het college bereid om samen met de korpschef duidelijke en werkbare communicatieafspraken uit te werken, met een centraal aanspreekpunt, periodiek overleg en een systematische terugkoppeling aan de BIN-coördinatoren, uiteraard binnen de grenzen van de geldende privacy- en politionele regelgeving?
- Tijdens de extra gemeenteraad van januari 2025 stelde Vooruit een zevenpuntenplan voor om de BIN-werking te versterken. Dit voorstel werd destijds positief onthaald door de toenmalige burgemeester en de korpschef. Welke concrete stappen werden sindsdien ondernomen om de voorgestelde maatregelen te realiseren?
- Welke initiatieven werden genomen op het vlak van opleiding en bijscholing, officiële erkenning en ondersteuning van BIN-coördinatoren, sensibilisering van inwoners en de versterking van het gemeentelijke engagement?
- Is het college bereid om het oorspronkelijke zevenpuntenplan BIN 2.0 opnieuw te bespreken met de korpsleiding en de resterende BIN-coördinatoren, en op basis daarvan een concreet actieplan uit te werken, met duidelijke verantwoordelijkheden en een timing voor de uitvoering?
- Op welke manier worden de buurtinformatienetwerken vandaag betrokken bij het gemeentelijke veiligheids- en participatiebeleid? Is het college bereid om de BIN-werking hierin structureel te verankeren, zodat vrijwilligers niet uitsluitend worden ingeschakeld voor het doorgeven van meldingen, maar ook erkend worden als volwaardige partners in het lokale preventiebeleid?
- Wordt onderzocht hoe de samenwerking en informatiedoorstroming tussen de verschillende BIN-zones kan worden verbeterd, zodat administratieve grenzen geen onnodige belemmering vormen voor het delen van relevante veiligheidsinformatie?
- Is het college bereid om samen met politiezone Rupel en de betrokken vrijwilligers een evaluatie van de volledige BIN-werking in Hemiksem te organiseren, en de resultaten daarvan, samen met een concreet verbeterplan, terug te koppelen aan de gemeenteraad?
4. Actualisatie kadastrale inkomens van 1.700 woningen
Context
Via de pers vernamen we dat het gemeentebestuur eind oktober 2026 start met een grootschalige actualisatie van de kadastrale inkomens in Hemiksem. Maar liefst 1.700 adressen, goed voor ongeveer 34% van alle adressen in onze gemeente, zullen hiervoor worden aangeschreven.
Deze omvangrijke operatie roept een aantal vragen op. Een eventuele verhoging van het kadastraal inkomen heeft immers rechtstreeks gevolgen voor de onroerende voorheffing die eigenaars jaarlijks betalen. Bovendien kan een dergelijke herziening ook andere fiscale gevolgen hebben.
Daarnaast vernemen we dat eigenaars die niet reageren op de gemeentelijke brief bezoek zullen krijgen van een door de gemeente aangestelde schatter. Ook hierover is duidelijkheid nodig, onder meer wat betreft de bevoegdheden van deze schatters en de rechten van de betrokken inwoners.
Aangezien deze operatie volgens het gemeentebestuur tot vier jaar in beslag kan nemen, lijkt het ons belangrijk dat de gemeenteraad voldoende inzicht krijgt in de voorbereiding, de uitvoering en de mogelijke financiële en sociale gevolgen.
Vragen
- Op basis van welke objectieve criteria werden precies deze 1.700 adressen geselecteerd?
- Is het de bedoeling om op termijn alle woningen in Hemiksem te onderzoeken?
- Heeft het gemeentebestuur een inschatting gemaakt van het aantal woningen waarvan het kadastraal inkomen mogelijk zal stijgen?
- Wat is de geraamde totale kostprijs van deze operatie, inclusief personeelsinzet, administratieve verwerking en eventuele externe schatters?
- Heeft het gemeentebestuur onderzocht welke financiële gevolgen een mogelijke KI-verhoging kan hebben voor eigenaars met een beperkt inkomen, waaronder gepensioneerden?
- Hoe wordt gegarandeerd dat inwoners niet ten onrechte een hoger KI krijgen, bijvoorbeeld naar aanleiding van louter energetische renovaties die op zichzelf geen aanleiding geven tot een verhoging?
- Welke begeleiding voorziet de gemeente voor inwoners die vragen hebben over de procedure of moeilijkheden ondervinden bij het invullen van de documenten?
- Hoe verloopt de samenwerking met de federale administratie die bevoegd is voor de vaststelling van het kadastraal inkomen?
- Op welke juridische basis worden gemeentelijke of extern aangestelde schatters ingezet? Over welke concrete bevoegdheden beschikken zij?
- Wat gebeurt er wanneer een eigenaar niet reageert op de brief of geen toestemming geeft voor een plaatsbezoek?
- Hoe worden inwoners geïnformeerd over hun rechten en de mogelijkheid om bezwaar in te dienen tegen een eventueel nieuw vastgesteld KI?
- Is het college bereid om de gemeenteraad periodiek te informeren over het aantal onderzochte woningen, het aantal effectieve KI-herzieningen, de bijkomende belastingontvangsten en de gemaakte kosten?
- Zal het gemeentebestuur na afloop van de operatie een volledige financiële en administratieve evaluatie voorleggen aan de gemeenteraad?
5. Overlast glascontainers en huis-aan-huisophaling van glas
Context
In het verleden heeft Vooruit al meermaals gevraagd om de mogelijkheden van een huis-aan-huisophaling van glas in Hemiksem te onderzoeken. Een dergelijke dienstverlening zou niet alleen het comfort van inwoners verhogen, maar ook de afhankelijkheid van de bestaande glascontainers verminderen en de overlast voor omwonenden kunnen beperken.
Recent ontvingen we opnieuw klachten van buurtbewoners over de glascontainers, deze keer over de container ter hoogte van de hoek Varenstraat/Heiligstraat.
Volgens omwonenden wordt de glascontainer regelmatig gebruikt tijdens de nachtelijke uren en op andere ongepaste tijdstippen. Het geluid van glas dat in de container wordt geworpen, zorgt daarbij voor aanzienlijke geluidshinder, zeker voor bewoners die vlak naast de glascontainer wonen.
De problematiek beperkt zich echter niet tot geluidsoverlast. Glascontainers blijven op verschillende locaties in onze gemeente ook aanleiding geven tot sluikstorten, waarbij niet alleen glas, maar ook ander afval naast de containers wordt achtergelaten.
Daarnaast vormen achtergelaten glasscherven een risico voor de veiligheid van voorbijgangers. Vooral voor voetgangers, fietsers en mensen die hun hond uitlaten, kunnen glasscherven op voetpaden, fietspaden en in de onmiddellijke omgeving van de containers gevaarlijke situaties veroorzaken.
Vooruit blijft daarom van mening dat het aangewezen is om de mogelijkheden van een huis-aan-huisophaling van glas ernstig te onderzoeken. Daarmee zouden we niet alleen de dienstverlening aan inwoners verbeteren, maar mogelijk ook verschillende terugkerende problemen rond de glascontainers structureel kunnen aanpakken, en, als is het weliswaar miniem, enkele broodnodige parkeerplaatsen winnen.
Vragen
- Is het college op de hoogte van de klachten over geluidsoverlast aan de glascontainer op de hoek van de Varenstraat en de Heiligstraat? Werden hierover eerder al meldingen ontvangen?
- Welke maatregelen worden momenteel genomen om geluidsoverlast door het gebruik van glascontainers tijdens de nachtelijke uren en op ongepaste tijdstippen te beperken? Zijn er duidelijke gebruiksuren en wordt er voldoende toegezien op de naleving ervan?
- Hoe evalueert het college de problematiek van sluikstorten en achtergelaten glasscherven aan de verschillende glascontainers in onze gemeente? Beschikt het college over cijfers van meldingen, opruimacties of vastgestelde overtredingen?
- Welke maatregelen worden genomen om de omgeving van de glascontainers proper en veilig te houden, in het bijzonder voor voetgangers, fietsers en honden?
- Vooruit heeft in het verleden al voorgesteld om een huis-aan-huisophaling van glas te onderzoeken. Heeft het college deze mogelijkheid ondertussen verder onderzocht? Zo ja, wat zijn de resultaten, onder meer op het vlak van praktische organisatie en financiële impact? Zo niet, is het college bereid dit alsnog te doen en hierover een concrete timing mee te delen?
6. Evaluatie buitenschoolse kinderopvang door Helan
Context
Sinds 1 januari 2026 wordt de buitenschoolse kinderopvang (BKO) in Hemiksem georganiseerd door Helan. Daarmee kwam een einde aan de rechtstreekse gemeentelijke uitbating van de voor- en naschoolse opvang en de vakantieopvang.
Zoals bekend heeft Vooruit tijdens de bespreking van deze uitbesteding verschillende bezorgdheden geuit, onder meer over de kwaliteit van de dienstverlening, de continuïteit van de begeleiding, de toegankelijkheid en betaalbaarheid voor ouders, de arbeidsvoorwaarden van het personeel en de blijvende verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.
Ondertussen zijn we ruim negen maanden verder. De eerste ervaringen met de voor- en naschoolse opvang, de verschillende schoolvakanties en de grote zomervakantie bieden voldoende aanknopingspunten om een eerste grondige evaluatie te maken.
Vooruit ontvingen een bijzonder uitgebreide, genuanceerde en constructieve analyse van ouders die regelmatig gebruikmaken van zowel de voor- en naschoolse opvang als de vakantieopvang.
Die analyse bevat niet alleen verschillende aandachtspunten en concrete verbetervoorstellen, maar benoemt uitdrukkelijk ook een aantal positieve evoluties.
Tegelijkertijd komen uit de analyse verschillende aandachtspunten naar voren. Die hebben onder meer betrekking op de inschrijvingen voor de vakantieopvang, communicatie, personeelsorganisatie, pedagogische kwaliteit, groepsindeling, infrastructuur, veiligheid en de betrokkenheid van ouders.
We willen benadrukken dat deze opmerkingen niet bedoeld zijn als kritiek op individuele medewerkers, die zich dagelijks inzetten voor onze kinderen. Integendeel: het gaat er net om na te gaan of zij voldoende ondersteuning, middelen, duidelijke afspraken en omkadering krijgen om hun opdracht goed te kunnen uitvoeren.
Vooruit is van mening dat de eerste werkingsperiode van Helan een geschikt moment vormt om de bestaande afspraken tegen het licht te houden, positieve evoluties te bevestigen en eventuele tekortkomingen bij te sturen.
We wensen daarbij twee aspecten centraal te stellen: enerzijds de algemene evaluatie en de gemeentelijke opvolging van de samenwerking met Helan, en anderzijds een aantal concrete voorstellen ter verbetering van de dagelijkse opvangwerking.
Vragen
Algemene evaluatie, gemeentelijke regie en kwaliteitsbewaking
- Op welke manier bewaakt het gemeentebestuur zijn regierol inzake buitenschoolse opvang? Welke structurele overlegmomenten vinden plaats tussen de gemeente en Helan, en welke gemeentelijke diensten en politieke verantwoordelijken zijn daarbij betrokken?
- Worden ouders, kinderen, scholen en opvangmedewerkers actief betrokken bij de evaluatie? Werden er al tevredenheidsmetingen of bevragingen georganiseerd? Zo ja, welke resultaten leverden deze op?
Inschrijvingen en capaciteit van de vakantieopvang
Hoewel de inschrijvingen voor de herfstvakantie volgens de ontvangen feedback inmiddels vlotter verlopen, blijft er onduidelijkheid bestaan over de beschikbare capaciteit en de wijze waarop opvangplaatsen worden toegewezen.
- Welke technische problemen hebben zich voorgedaan bij de inschrijvingen voor de vakantieopvang en welke aanpassingen werden inmiddels door Helan doorgevoerd?
- Hoeveel opvangplaatsen zijn er per vakantieperiode en per leeftijdsgroep beschikbaar? Hoeveel aanvragen werden ontvangen en hoeveel kinderen konden uiteindelijk niet worden opgevangen wegens een gebrek aan capaciteit?
- Volgens welke criteria worden opvangplaatsen toegewezen? Geldt het principe 'wie eerst komt, eerst maalt', of wordt rekening gehouden met andere factoren? Wordt hierover voldoende duidelijk gecommuniceerd naar ouders?
- Is het college bereid om samen met Helan te bekijken hoe de communicatie over beschikbare plaatsen, eventuele wachtlijsten en de toewijzingscriteria transparanter kan verlopen, zodat ouders niet onnodig onder druk worden gezet om onmiddellijk bij de opening van een reservatieperiode in te schrijven?
Communicatie over sluitingsdagen en vakantieplanning
Voor heel wat gezinnen is tijdige informatie over de beschikbaarheid van kinderopvang essentieel. Veel ouders moeten immers al in november of december hun verlofplanning voor het daaropvolgende kalenderjaar indienen bij hun werkgever.
Uit de ontvangen feedback blijkt dat de communicatie over collectieve sluitingsdagen niet altijd tijdig of volledig gebeurde.
Zo werd de sluiting tijdens de kerstvakantie niet opgenomen in een eerder verspreid overzicht van sluitingsdagen en pas later expliciet gecommuniceerd. Ook de collectieve sluiting tijdens de zomervakantie werd door sommige ouders als laattijdig aangekondigd ervaren.
- Is het college bereid om met Helan af te spreken dat voortaan jaarlijks, bij voorkeur uiterlijk in oktober of november, een volledig overzicht van alle sluitingsdagen voor het volgende kalenderjaar wordt meegedeeld, zodat ouders hiermee rekening kunnen houden bij hun verlofplanning?
- Wordt onderzocht of het aantal collectieve sluitingsdagen maximaal kan worden beperkt en welke alternatieven beschikbaar zijn voor gezinnen die tijdens die periodes toch opvang nodig hebben?
Herkenbaarheid van begeleiders, communicatie en dagelijkse organisatie
Tijdens de gewone voor- en naschoolse opvang zijn de vaste begeleiders doorgaans goed gekend bij ouders en kinderen. Tijdens de vakantieopvang is dat minder vanzelfsprekend, omdat kinderen uit verschillende scholen worden samengebracht en met nieuwe begeleiders in contact komen.
Ouders geven aan dat het niet altijd duidelijk is welke begeleider verantwoordelijk is voor welke groep, bij wie zij terechtkunnen met vragen en wie hen informatie kan bezorgen over het verloop van de opvangdag.
Ook bij het aanmelden en afhalen van kinderen blijkt de praktische organisatie niet altijd even eenduidig te verlopen. Afhankelijk van de aanwezige medewerker worden soms verschillende werkwijzen gehanteerd, wat voor verwarring en wachttijden kan zorgen.
- Is het college bereid om bij Helan voor te stellen om ouders bij aanvang van iedere vakantieperiode een overzicht te bezorgen van de aanwezige begeleiders, hun groepsverantwoordelijkheden en de aanspreekpunten voor ouders? Dit zou bijvoorbeeld geïntegreerd kunnen worden in het bestaande vakantiekrantje.
- Hoe wordt gegarandeerd dat ouders bij het ophalen van hun kind voldoende informatie kunnen krijgen over het verloop van de opvangdag, ook wanneer de medewerker aan het onthaal niet rechtstreeks bij de betrokken groep stond?
Personeelsbezetting, continuïteit en Nederlandse taalvaardigheid
Er werd vanuit de ouderfeedback aandacht gevraagd voor de Nederlandse taalvaardigheid van sommige begeleiders, in het bijzonder bij de jongste leeftijdsgroepen. Voor kleuters, die zich volop in hun taalontwikkeling bevinden, is een taalrijke omgeving bijzonder belangrijk.
- Hoe evolueerden de personeelsbezetting, het personeelsverloop en de continuïteit van de begeleiding sinds de overname door Helan? Hoeveel van de voormalige gemeentelijke begeleiders zijn vandaag nog actief binnen de opvang?
- Welke afspraken bestaan er over de verhouding tussen het aantal begeleiders en het aantal aanwezige kinderen, en hoe wordt de naleving daarvan gecontroleerd?
- Welke taalvaardigheidsvereisten en pedagogische competenties worden gehanteerd bij de aanwerving en inzet van opvangmedewerkers? Welke opleidingen of ondersteuningsmogelijkheden worden aangeboden om medewerkers verder te versterken in hun Nederlandse taalvaardigheid en pedagogische begeleiding?
- Hoe wordt vanuit de gemeente opgevolgd of Helan voldoende investeert in de opleiding, ondersteuning en duurzame inzetbaarheid van het personeel?
Groepsindeling en sociaal-emotioneel welzijn van kinderen
Uit de ontvangen ervaringen blijkt dat de indeling van kinderen tijdens de vakantieopvang soms strikt op basis van leeftijd gebeurt.
Daardoor kunnen kinderen die in dezelfde klas zitten of al jarenlang bevriend zijn, toch in verschillende opvanggroepen terechtkomen. Zeker voor jonge kinderen, die tijdens vakantieperiodes vaak al in een minder vertrouwde omgeving terechtkomen, kan dit voor verdriet en onzekerheid zorgen.
- Welke criteria worden momenteel gehanteerd voor de groepsindeling tijdens de vakantieopvang? Wordt daarbij uitsluitend rekening gehouden met leeftijd, of ook met klasgroepen, bestaande vriendschappen en de individuele behoeften van kinderen?
- Is het college bereid om met Helan te bespreken hoe bij toekomstige groepsindelingen meer rekening kan worden gehouden met bestaande sociale relaties tussen kinderen, uiteraard binnen de grenzen van een pedagogisch verantwoorde groepssamenstelling?
Pedagogische kwaliteit en activiteitenaanbod
De buitenschoolse opvang moet meer zijn dan een plaats waar kinderen onder toezicht verblijven. Ze moet ook voldoende mogelijkheden bieden tot spel, creativiteit, ontspanning, sociale ontwikkeling en het ontdekken van nieuwe interesses.
Uit de ouderfeedback blijkt dat de aangekondigde vakantiethema's niet altijd volledig lijken overeen te stemmen met de concrete invulling van de activiteiten.
Vooral voor oudere kleuters en kinderen die meerdere dagen na elkaar naar de vakantieopvang gaan, wordt soms een gebrek aan afwisseling en uitdaging ervaren.
- Welke pedagogische visie en kwaliteitscriteria hanteert Helan voor de invulling van de vakantieopvang? Hoe volgt het gemeentebestuur de toepassing daarvan op?
- Is het college bereid om samen met Helan te evalueren of het huidige activiteitenaanbod voldoende gevarieerd, uitdagend en leeftijdsgericht is, in het bijzonder voor kinderen die gedurende langere periodes gebruikmaken van de opvang?
Infrastructuur, binnenruimte en spelmateriaal
Volgens de ontvangen feedback is het aanbod aan speelgoed, educatief materiaal, creatieve mogelijkheden en speelhoeken beperkter dan in de vroegere gemeentelijke opvang in het Merelhofke.
Vooral tijdens regenachtige dagen en langere vakantieperiodes is een voldoende gevarieerde binnenomgeving nochtans essentieel.
- Heeft er bij de overgang naar Helan een inventarisatie plaatsgevonden van het beschikbare speelgoed, educatief materiaal en de overige uitrusting van de vroegere gemeentelijke opvang? Wat is er met deze materialen gebeurd?
- Is het college bereid om samen met Helan te onderzoeken of bijkomende investeringen mogelijk zijn in een aantrekkelijkere en meer gevarieerde binnenomgeving, met voldoende uitdagende speelhoeken en spelmateriaal voor alle leeftijdsgroepen?
Veiligheid, onthaal en emotionele begeleiding
Tot slot willen we bijzondere aandacht vragen voor het welzijn en de veiligheid van jonge kinderen bij het brengen en afhalen.
Uit de ontvangen feedback blijkt dat begeleiders hier verschillend mee omgaan. Waar sommige medewerkers spontaan kinderen opvangen, troosten en begeleiden, worden dergelijke situaties niet altijd onmiddellijk opgemerkt.
Een warme en veilige opvangomgeving vraagt niet alleen voldoende toezicht, maar ook aandacht voor de individuele emotionele behoeften van kinderen.
- Hoe wordt gegarandeerd dat jonge kinderen bij het brengen en afhalen voldoende worden begeleid en dat medewerkers onmiddellijk kunnen ingrijpen wanneer een kind overstuur raakt of zijn ouders probeert te volgen?
- Worden medewerkers voldoende ondersteund en opgeleid in het omgaan met dergelijke situaties? Is het college bereid om dit aandachtspunt expliciet mee te nemen in de evaluatie van de pedagogische kwaliteit en veiligheid?
Ouderparticipatie en verdere opvolging
De uitgebreide feedback die we ontvingen, toont aan dat ouders bereid zijn om actief en constructief mee te denken over de kwaliteit van de buitenschoolse opvang.
We stellen bovendien vast dat verschillende verbeteringen die ondertussen werden doorgevoerd, zoals de versoepeling van de inschrijvingen voor de voor- en naschoolse opvang, het vakantiekrantje en de verbeterde technische werking van het reservatiesysteem, door ouders duidelijk worden gewaardeerd.
Dat bevestigt voor ons het belang van een permanente dialoog met de gebruikers van de opvang.
Ouders zijn immers niet alleen klanten van een dienstverlening, maar ook belangrijke partners bij het bewaken en verbeteren van de kwaliteit ervan.
- Bestaat er momenteel een structureel overleg tussen Helan, het gemeentebestuur en vertegenwoordigers van de ouders? Zo ja, hoe is dit georganiseerd en welke inspraakmogelijkheden bestaan er?
- Is het college bereid om minstens jaarlijks een brede tevredenheidsbevraging te organiseren onder ouders die gebruikmaken van de voor- en naschoolse opvang en de vakantieopvang, waarbij ook de ervaringen van kinderen op een aangepaste manier worden meegenomen?
- Kan er een duidelijk en laagdrempelig meldings- en opvolgingssysteem worden voorzien waarbij ouders problemen of verbetervoorstellen kunnen signaleren en ook terugkoppeling krijgen over de behandeling ervan?
- Is het college bereid om de aangehaalde aandachtspunten en verbetervoorstellen formeel te bespreken met Helan, hierover concrete afspraken te maken en de gemeenteraad vervolgens te informeren over de geplande verbetermaatregelen en de timing van de uitvoering?
Ga naar Vooruit Hemiksem
Over de Auteur
Vooruit Hemiksem
Deel dit artikel met je vrienden.