LOKAAL: Interview met provincieraadslid Tom Willems
Vooruit Brugge
Saturday 05
September 2026 20:24
"Work hard, play harder"
Tom Willems wandelt van ’t Zand naar de ingang van Uit in Brugge, zijn werkplek. Het terras van het Concertgebouw is niet geschikt voor een gesprek, wegens lawaai van werken. We kiezen een terrasje uit verderop, waar hij onmiddellijk begint te praten over zijn mandaat als provincieraadslid en fractieleider voor Vooruit.
Kan je iets vertellen over jouw afgelegde weg, in de politiek?
‘Het is voor mij begonnen toen ik ongeveer 10 jaar was. Mijn vader was gedelegeerde van ABVV bij Interparking en hij deelde thuis heel wat verhalen, over hoe hij opkwam voor zijn collega’s. Met het idee -wat papa kan, dat kan ik ook- is dit voor mij het eerste moment dat ik zelf engagementen begon op te nemen. De bezorgdheden van mijn medestudenten nam ik mee naar de leerlingenraad van basisschool de Triangel. De eerste keer dat ik de stem van mijn klas vertegenwoordigde, was bij de herinrichting van de speelplek. Het gaf me een goed gevoel, omdat ik pas naar deze school ging en in het begin die integratie in de nieuwe school niet zo vlot verliep. Ik heb er geen moeite mee om te zeggen dat dit kwam omdat ik niet altijd over de beste sociale vaardigheden beschik. Hoe Celine Van Ouytsel in het programma het Huis sprak over sociaal introvert zijn, daar sluit ik me bij aan. Dit betekent dat je van nature introvert bent, maar als je je in een sociale omgeving begeeft, dan lukt dit wel perfect. Als kersverse papa vind ik daar nu een goede balans in, tussen privé en politiek.’
Waarom Vooruit?
‘Toen ik tien was, liep ik voor het eerst mee met mijn vader in de 1 mei stoet. Ik was aangetrokken tot het socialisme, omdat ik overtuigd ben dat iedereen vanaf de geboorte gelijke kansen moet krijgen. Wat je met de kansen doet, is je eigen zaak. Maar we moeten mensen die pech hebben ondersteunen.
In 2008 ben ik binnengestapt bij de Jongsocialisten (JS) Brugge. Al snel nam ik ook hier een verantwoordelijke functie op, eerst als penningmeester en later als voorzitter. Dit was voor mij het begin van wat ik een sneeuwbaleffect noem. Toen ik voorzitter in Brugge werd, was er in onze lokale afdeling van de JS weinig tot geen leven meer te bekennen. Met het bestuur bouwden we een strategie op waarmee we snel resultaten boekten: we stegen op een korte tijd naar vijftien actieve leden. We organiseerden socioculturele activiteiten met een politieke link, maar veel minder gericht op beleid pur sang. De focus lag op het samenzijn van jongeren die dezelfde mindset en ideologie hebben. We woonden concerten en voorstellingen bij, telkens rond een maatschappelijk thema. De groei van onze afdeling werd al snel opgemerkt bij de nationale afdeling van JS, waardoor ik daar verkozen werd als lid van de algemene vergadering. Kort erna ben ik opgepikt door John Crombez in het bestuur van Sp.a West-Vlaanderen, en zo bleef de sneeuwbal rollen. Bij de provinciale verkiezingen van 2018 boden ze mij een plaats aan op de lijst. Ik zei ja en met een stevige portie geluk bij de lijstverdeling, was de tweede plek voor mij. Na de verkiezingen kwam ik effectief in de provincieraad terecht, als opvolger. In 2024 was ik lijsttrekker en mocht ik opnieuw zetelen.’
Je bent raadslid en fractieleider in de provincieraad West-Vlaanderen. Wat houdt jouw rol in?
‘Tijdens de eerste twee jaar van mijn eerste legislatuur, wat het tijd voor verkenning. Aftoetsen van de bevoegdheden van de provincie, waar ze starten en waar ze stoppen. Hoe de budgetten in elkaar zaten was voor mij een belangrijke start, want uiteindelijk is de provincie ook een bedrijf, met jaarrekeningen en begrotingen. Hoewel het niet mijn sterkste punt is, heb ik in dit domein wel al ervaring opgedaan als bestuurslid van een maatwerkbedrijf in de sociale economie, het toenmalige Arcotec, nu Odas. Volgens mij kan je maar besturen als je zicht hebt op het bedrijfseconomische aspect van de organisatie. Bij het analyseren van cijfers kan ik altijd terecht bij de financieel beheerder, om mijn reken- en denkfouten eruit te halen. Het verkennen en groeien heeft veel tijd in beslag genomen, maar er kwam een kentering. Plots begonnen mijn investeringen op te brengen. Ik kon eindelijk mijn tanden zetten in dossiers die me nauw aan het hart liggen. Dat is het moment waar ik mijn drive volledig kon inzetten om zaken te veranderen die een verschil maken. Na de verkiezingen van 2024 kreeg ik naast mijn zetel, ook de rol van fractieleider toevertrouwd. Mijn belangrijkste opdracht is om te bewaken dat het partijprogramma wordt uitgevoerd en dat onze raadsleden standpunten verdedigen die in lijn zijn met de partijstandpunten. Het houdt ook in dat ik de nieuwkomers in de raad begeleid, hen laat kennismaken met de bevoegdheden en hen de ondersteuning biedt om zelf hun plek te vinden. Het is toch een verantwoordelijkheid, zeker als je weet dat er een Minister van staat in je team zit. Al maakt dit voor mij geen verschil uit.’ Hij lacht.
Welke thema’s liggen je nauw aan het hart?
‘In de vorige legislatuur hebben we met coalitiepartners samengewerkt om de dotatie voor het Instituut medische dringende hulpverlening te laten indexeren. Het instituut is beter gekend als de MUG-heli. Door onze samenwerking in de raad hebben we deze kleine overwinning gehaald. Ik wou graag iets meer doen, maar op dat ogenblik waren er geen mogelijkheden om vanuit onze Provincieraad verdere stappen te ondernemen. Op het federale niveau komt er nu schot in de zaak. Het huidig regeerakkoord stelt dat het instituut erkend wordt. Die erkenning zorgt ervoor dat er mogelijks ook subsidies komen. Het instituut pleit om eenzelfde vergoeding te krijgen als ambulant vervoer over de weg. Het tweede dossier waar ik me volledig in gesmeten heb, was in de periode van de COVID pandemie, nl. de provinciale relancebudgetten van Westtoer, een autonoom provinciebedrijf. Als toeristische recreatieve onderneming kon je financiële steun krijgen om jouw zaak COVID-proof te maken. Na onderzoek van het reglement stelde ik vast dat iedereen hier aanspraak kon op maken. Ook de multinationals, zoals grote hotelketens, konden hierop intekenen en dan nog wel voor de grootste bedragen. Als je weet dat de provincie een overheid is met zeer beperkte budgetten, dan voel je dat dit wringt. Ik heb in het reglement laten aanpassen dat enkel kleine ondernemingen met een familiaal karakter konden intekenen. Een domein waar ik op mijn honger blijf zitten, is wonen. Ik ben daar streng voor de bevoegde gedeputeerde, omdat ik vind dat we daar niet voldoende doen met de budgetten die we krijgen. Er wordt heel wat gedaan om het wonen aangenamer te maken, onder andere via het dorpenreglement. Maar het knelpunt blijft betaalbaar wonen.’
Kun je kort schetsen waar de bevoegdheden van de gemeente ophouden en die van de provincie beginnen?
‘Eigenlijk is het net andersom. Waar begint het bij de provincie en waar eindigt het? Om dit goed te schetsen, moeten we eerst kijken naar de bevoegdheden van de provincie. Vanaf 2018 zijn dit de grondgebonden bevoegdheden. Ik begrijp dat dit een vaag begrip is, je zal er ook geen definitie over vinden. De strikt persoonsgebonden thema’s zijn geen onderdeel meer van onze portefeuille. Dit heeft natuurlijk veel grijze zones, zoals bijvoorbeeld onderwijs. Dit zit ook bij ons, terwijl je zou denken dat dit persoonsgebonden is. Het is heel moeilijk om dit volledig af te bakenen. Als je kijkt naar de drie belangrijkste taken van de provincie, gaat het om bovenlokale beleidsvoering zoals economisch beleid via de ontwikkelingsmaatschappij de POM, toeristisch beleid via Westtoer en landbouwinnovaties via Inagro. Maar eigenlijk ook eenvoudige dingen, zoals het onderhouden en uitbreiden van de provinciale domeinen. Er zijn ook heel wat taken, waarbij we als provincie de hogere of lagere overheden gaan ondersteunen. Bijvoorbeeld de fietssnelwegen, waarvoor we via het fietsfonds van Vlaanderen budget krijgen. Als we dan kijken naar het gemeentelijk niveau, ondersteunen we concreet initiatieven zoals winternachtopvang, onder andere in Brugge. Er zijn ook gebiedsgerichte samenwerkingen, dat kan tussen provincies zijn maar zelfs ook tussen landen. Enkele goede voorbeelden zijn Interreg Noordzee en het landschapspark Zwinstreek. Mijn persoonlijke samenvatting is dat de Provincie bevoegd is voor het oplossen van maatschappelijke problemen die de gemeentegrenzen overschrijden, als intercommunales geen antwoord kunnen bieden en Vlaanderen te veraf is.’
Vraag van collega Barbara Roose: ‘Hoe kijk jij naar jouw plek binnen de provincieraad? Wat is het verschil met het gemeentebestuur? Zijn er zaken die je binnen de provincie net meer kan uitwerken?’
‘Als ik kijk naar mijn eigen plek binnen de raad, denk ik dat ik een verbindend persoon ben. Ik kijk altijd over de partijgrenzen heen naar de raakvlakken die we hebben in dossiers of agendapunten. Mijn doel is altijd om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Naar mijn eigen aanvoelen is het als provincieraadslid gemakkelijker om het beleid van de deputatie te sturen, dan als ik in de gemeenteraad zou zetelen. Het is natuurlijk moeilijk voor mij om hierover te oordelen, omdat ik geen ervaring heb in de gemeenteraad. Als ik het echter vanop een afstand bekijk, heb ik de indruk dat het daar moeilijker is om als raadslid jouw suggesties en standpunten te laten meewegen in het beleid. Bij de provincie doen we dit meestal via de bespreking van de meerjarenplanning, zo hebben we invloed op de besteding van het provinciaal budget.’
Voor veel mensen voelt de provincieraad ver van hun bed aan. Hoe probeer jij ervoor te zorgen dat beslissingen van de provincie toch bij de mensen komen?
‘De provincieraad is een bijzonder onzichtbaar niveau, waardoor het ook niet eenvoudig is om mensen te bereiken. Op Focus TV heb je het programma Boeverbos en Het provinciaal domein, die uitleg bieden over de opdrachten van de provincie. Wat ik zelf doe, is het delen van mijn mondelinge vragen via mijn sociale media. Via mijn link in bio deel ik ook de livestream van de provincieraad, zodat je heel gemakkelijk de raad online kan volgen.’
Hoe verloopt jouw contact met de Bruggelingen? Ontvang jij vragen van hen?
‘Als ik in contact kom met Bruggelingen gaat dit meestal via een lokaal mandataris, die een vraag doorgeeft naar de provincie. Je merkt dat mensen niet goed weten waarmee je bij de provincie terechtkan en dit komt natuurlijk door de wijzigingen in de bevoegdheden. Soms krijg ik vragen over vergunningen, terwijl wij als raadsleden hier niet over beslissen. Dit is de job van de deputatie, wij kunnen enkel akte nemen van hun beslissingen.’
Welke persoonlijke competenties helpen je, om je mandaat uit te voeren? En wat is jouw werkpunt?
‘Diplomatie en onderhandelen, dit helpt me om mijn verbindende rol te kunnen uitvoeren. Dit heeft me al ongelofelijk geholpen in de provincieraad. Dit wil niet zeggen dat ik niet overduidelijk mijn eigen mening kan delen en zelfs een beetje streng kan overkomen. Mijn werkpunt is wel om geduld uit te oefenen, want om iets te bereiken in de politiek heb je dit meer dan ooit nodig, want iets veranderen kost tijd.’
Vraag van Joke Knockaert: ‘Iedereen heeft een slogan of een quote. Wat is jouw levensmotto?’
‘Ik heb niet echt een levensmotto. Maar wat ik wel een toffe quote vind, is van het merk Macron. Hun bedrijfsmotto is “work hard, play harder". De gedachtegang die erachter zit, is dat ze geloven in de kracht van hard werk, wilskracht en de kracht van constante verbetering. Hier herken ik mezelf heel sterk in.’
Heb jij een vraag voor je collega Aïsa Knockaert?
‘Welke vaardigheden die je als zelfstandige en freelancer hebt opgedaan, kan je goed benutten in je politiek werk? En omgekeerd?’
👉 Interview en tekst door Jonathan Jetten

Ga naar Vooruit Brugge
Over de Auteur
Vooruit Brugge
Deel dit artikel met je vrienden.