Nieuws

Ons Globaal Plan voor de begroting

Team Vooruit

Monday 06

May 2024 07:00

Een gezonde begroting is een van de fundamenten om onze welvaartsstaat te beschermen en te versterken. Daarom willen we de begrotingsuitdaging waar we voor staan op een verantwoordelijke manier aanpakken. Vooruit heeft een ambitieus, becijferd en realistisch plan om de koopkracht van werkende mensen te beschermen, te investeren in zorg en onderwijs én tegelijk onze begroting weer gezond te maken tegen 2030.

Ons land staat voor een budgettaire uitdaging, maar tegelijk zijn de noden in ons onderwijs, in onze zorg en voor de koopkracht van de mensen een prioriteit voor Vooruit. Met een Globaal Plan verbindt Vooruit beide.

Ons Globaal Plan schuift de doelstelling naar voor om de schuld tegen 2030 te stabiliseren en daarna geleidelijk af te bouwen. Voor de begroting komt dat neer op het terugdringen van het tekort naar 2,8% van het BBP tegen 2030. Daarmee nemen we iets meer tijd dan wat Europa strikt oplegt (onder de 3% tekort zitten in 2028). Dat doen we om te vermijden dat de begrotingsinspanningen onze economische groei ondermijnen.  Sneller gaan, zou immers een negatieve impact hebben op onze economische groei, wat op zijn beurt opnieuw een negatieve impact zou hebben op onze begroting. 

Ons Globaal Plan kijkt verder dan de begroting van volgend jaar en gaat verder dan het opstellen van een apothekerslijst aan maatregelen. Om de begroting weer op het juiste spoor te brengen zullen de volgende federale en Vlaamse regering moeten strijden op alle fronten: rationaliseringen aan de uitgavenkant, diepgaande hervormingen van de arbeidsmarkt, pensioenen en fiscaliteit, de marktmacht van grote bedrijven breken en zorgen voor meer concurrentie, investeringen in meer capaciteit en kwaliteit in kinderopvang en onderwijs, maar ook een eerlijke bijdrage van multinationals en (grote) vermogens. We moeten dus op alle vlakken aan de bak. 

1. Hoe gaan we dat doen? 

Vereenvoudigd voorgesteld moeten Vlaanderen en de federale overheid een inspanning doen van zowat 2% BBP in het traject dat wij vooropstellen tegen 2029. In ons programma investeren we fors (zowat 1% BBP) en ook dat moet gefinancierd worden. Zo komen we op een inspanning van 3% in 2029. Dat komt neer op ongeveer 20 miljard euro (bij constante prijzen 2024).

Dat gaan we doen door te hervormen, door productief te investeren, door te besparen en fiscale maatregelen te nemen. Onze hervormingen en investeringen zijn maximaal gericht op een positieve impact op de economische groei, en zo dus ook op de begroting. Die maatregelen zijn allemaal opgenomen in ons programma.

Investeren en hervormen

Iedereen aan het werk

- activeren werkzoekenden (vereenvoudiging normatief federaal kader, striktere opvolging via hervorming vdab met verplichte basisbaan na 2 jaar als sluitstuk),

- langdurig zieken weer aan de slag helpen en uitval vermijden (bedrijven responsabiliseren en deeltijdse werkhervatting stimuleren),

- hogere lonen (loonnormwet, minimumlonen, tax shift) om het verschil tussen werken en niet-werken groter te maken. 

 Investeren voor meer tewerkstelling en productiviteit

- onderwijskwaliteit versterken om de economische groei van de toekomst te ondersteunen, 

- kinderopvang (zowel voor de toekomst van de kinderen als om de ouders de kans te geven om te gaan werken),

- openbaar vervoer en een slimme spitsheffing (want files kosten onze bedrijven veel geld en onze gezinnen veel tijd),

- collectief renovatieplan voor boost aan de economie en koopkracht.

Hervormen voor meer groei en productiviteit

- hervorming van de ondersteuning van O&O (verschuiving naar directe subsidies en focus op KMO’s) 

- verbetering van de concurrentie in de sectoren met de meeste marktmacht (professionele diensten, financiële sector, energie, telecom) door het wegwerken van concurrentiebeperkende wetgeving en het verhogen van de capaciteiten en de instrumenten van de Belgische Mededingingsautoriteit en het Prijzenobservatorium.

Investeren in preventie 

- om de kosten in de gezondheidszorg op termijn te beperken en we de groeinorm op 2,5% kunnen houden en de groeiende noden afdekken.

Besparen

- op bedrijfssubsidies (een van de sterkst stijgende uitgaven), 

- ook voor eigen deur vegen en besparen op de politiek (partijfinanciering, verbod reclame sociale media);

- via vermogenskadaster gerichter toekennen van sociale steun en sociale fraude beperken, leeflonen gerichter toekennen via Remi;

- binnen de hervormingen onderwijs en kinderopvang financieren we ook binnen de bevoegdheden: rationalisering van het secundair onderwijs en hervorming groeipakket (cash naar diensten).

- En als we in ons programma pleiten voor hogere lonen poetshulpen dan koppelen we daar een verhoging van de prijs van de dienstencheques aan. 

Eerlijke bijdrage van de sterkste schouders

Grote vermogens en multinationals betalen eerlijk mee:

- Uitbreiding effectentaks, bankentaks, over winstbelasting; 

- hervorming erfbelasting;

- belasting op buitenverblijven;

- inzetbelasting om gokverslaving tegen te gaan.

2. Budgettair traject

Ons programma hebben we vertaald in een budgettair traject. In tabel 2 wordt de te leveren begrotingsinspanning in 2029 weergegeven. De inspanning wordt weergegeven in % BBP. Er worden maatregelen voorzien t.w.v. ca. 3,7% (zie lijn 37). Daarmee is de macro-economische massa van een vergelijkbare grootte als de 3,7% BBP* van het globaal plan van de Rooms-Rode regering Dehaene I dat uitgevoerd werd tussen 1994 en 1996.

Lijn per lijn wordt de impact van de maatregel op het vorderingensaldo van de gezamenlijke overheden weergegeven. Deze impact bestaat uit een besparing op de uitgaven, een bijkomende ontvangst of een andersoortige impact op het saldo: het kan gaan om positieve macro-economische effecten, veroorzaakt door bijkomende investeringen (bv. investeringen in infrastructuur), een hogere productiviteitsgroei (bv. door een efficiënter O&O-beleid), maar ook om de impact van extra tewerkstelling door extra arbeidsaanbod of -vraag (fiscale hervorming, terug-naar-werk-beleid, uitbreiding kinderopvang).

Onderaan de tabel wordt de budgettaire impuls gecorrigeerd voor de geaggregeerde negatieve macro-economische effecten van de budgettaire impuls (lijn 38). De directe impact van besparingen of bijkomende fiscale lasten op het nationale inkomen is immers negatief. Zo bedraagt de impact op het saldo, na rekening te houden met deze effecten, 3,2 % BBP.

In een vereenvoudigd schema komt het plan neer op het volgende: 6 miljard besparingen, 6 miljard belastingen en 8 miljard als gevolg van hervormingen en investeringen tegen 2029.

*Het ging om een plan met een impact van 8 miljard euro aan belastingen, besparingen en hervormingen. In euro’s van 1996 (BBP= 214.287 mld) gaat het zo om 3,7% BBP.

Budgettair traject - detail

Om de budgettaire uitdaging aan te gaan, combineren we volgende richtsnoeren voor het budgettaire traject tussen 2025 en 2029 van de gezamenlijke Belgische overheden: 

1. De schuldgraad wordt gestabiliseerd tegen 2029.

2. Vervolgens wordt een primair surplus van 1% opgebouwd. De hoogte van het primair surplus is gericht op het bereiken van een schuldafbouw van minstens 10% BBP tussen 2029 en 2039.

Om een dergelijk begrotingsdoelstelling te realiseren, is een budgettaire inspanning, e.g. een aanpassing van het vorderingensaldo van 2,43% BBP ten opzichte van ongewijzigd beleid, nodig tegen 2029 (lijn 1 in tabel infra).

In deze nota worden enkel maatregelen voor de federale overheid en Vlaanderen voorgesteld. De noodzakelijke begrotingsinspanning is echter een inspanning van de gezamenlijke Belgische overheden en is onmogelijk af te leggen zonder bindende afspraken met de andere regio’s (lijn 2 in tabel infra). Het is aan deze entiteiten om in te vullen hoe deze doelstelling concreet wordt ingevuld.

Aangezien er beleidsruimte noodzakelijk zal zijn voor de financiering van een Globaal Plan, gericht op het investeren in en het hervormen van de welvaartsstaat, dient er bijkomende beleidsruimte te worden voorzien. We voorzien daarom investeringen, hervormingen en maatregelen met een bruto kost van 1,11 % BBP (lijn 3 in tabel infra). Dit is de kostprijs van ons programma. Deze bruto kost moet voornamelijk intern worden gecompenseerd door rationaliseringen. De totale noodzakelijke inspanning bedraagt zo 3,05% van het BBP in 2029, ofwel zowat 20 miljard in constante prijzen.


Ga naar Nieuws Vooruit
Over de Auteur

Team Vooruit

Deel dit artikel met je vrienden.