Nieuws

Herbeleef het politieke jaar met Melissa Depraetere, Hannelore Goeman en Hannes Anaf

Team Vooruit

Thursday 22

July 2021 10:39

Een veelbewogen politiek jaar loopt op zijn eind. Melissa Depraetere, Hannelore Goeman en Hannes Anaf, onze fractieleiders in het federaal en het Vlaams parlement, blikken terug op wat altijd zal herinnerd worden als een rampjaar. Melissa: “De rode draad van dit jaar is niet de tegenslag, maar onze reactie erop: solidariteit.”

BIO: Melissa Depraetere, Hannelore Goeman en Hannes Anaf

Melissa Depraetere (rechts op de foto) is onze fractieleider in het federaal parlement en in de gemeenteraad van Harelbeke. Haar specialisaties zijn politieke vernieuwing, economie, consumentenzaken en begroting.

Hannelore Goeman is onze fractieleider in het Vlaams parlement. Van 2016 tot 2019 was ze Brussels parlementslid. Ze is gespecialiseerd in onderwijs, inburgering, integratie en radicalisering.

Hannes Anaf vervangt Hannelore als fractieleider tijdens haar zwangerschapsverlof sinds eind maart. Hannes was vicevoorzitter van de Vlaamse coronacommissie en is nu voorzitter van de PFOS-commissie.

 

Wat is voor jullie het belangrijkste moment van het politieke jaar?

Melissa: De start van een nieuwe federale regering op 1 oktober 2020. Tot die dag hadden we al anderhalf jaar geen volwaardige regering of meerderheid. Dat zorgde voor een heel vreemde dynamiek in het parlement, met een totaal gebrek aan structuur. Terwijl structuur belangrijker is dan ooit om de coronacrisis deftig aan te pakken. Zodra de nieuwe regering er was, zag je dat er weer bestuurd werd en de dingen weer vooruitgingen.

Hannes: De federale regeringsvorming was ook op Vlaams niveau een kantelpunt. De Vlaamse regering was stuurloos in het voorjaar. Toen er nog geen volwaardige federale regering was, viel dat niet zo op. Zodra die er was, met Frank Vandenbroucke als minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken, liep het ook vlotter op Vlaams niveau. Ze haakten hun wagonnetje aan het federale niveau. 

Ik stoor mij enorm aan het platte politieke spel dat je vaak in het parlement ziet

Zonder die sterke federale regering, met natuurlijk Frank op die belangrijke post, was de tweede golf nog veel erger geweest in Vlaanderen. Dat is pijnlijk voor deze Vlaamse regering.

Hoe zette de federale regering, de Vlaamse in beweging?

Hannes: Met de vaccinaties, bijvoorbeeld. Wouter Beke (CD&V, de minister van Volksgezondheid in de Vlaamse regering, red.) steekt nu veel pluimen op zijn hoed. Deels terecht, want ik vind dat de vaccinatiecentra goed georganiseerd zijn.

Hannelore: Dat is vooral een verdienste van de lokale besturen. Ook het Agentschap Zorg en Gezondheid speelde daar een belangrijke rol in.

Hannes: Dat klopt, maar waarom is dat succes mogelijk? Omdat er vaccins zijn. Eerst kreeg de federale regering bakken kritiek in het Vlaams parlement. Op een bepaald moment heette het een schande dat er nog geen vaccins waren. Nu zijn we een Europese vaccinatie-koploper.

Wie zit in de federale en Vlaamse regering?

Op federaal niveau maakt Vooruit sinds oktober 2020 deel uit van de regering-De Croo, samen met PS, Open VLD, MR, Groen, Ecolo en CD&V. De regeringsonderhandelingen duurden anderhalf jaar.

In het Vlaams parlement zit Vooruit in de oppositie. N-VA, Open VLD en CD&V vormen er sinds oktober 2019 de regering-Jambon. Daarmee wordt de coalitie van de vorige regeringsperiode verdergezet.

 

Wat is jouw belangrijkste moment van het politieke jaar, Hannelore?

Hannelore: Het relanceplan van 4,3 miljard euro dat de Vlaamse regering in september voorstelde. Eindelijk draaide deze regering de knop om en zag ze in dat investeren de enige manier is om uit deze crisis te raken. Dat zeiden wij al maanden. Alleen mist dit plan een aantal kansen om solidair te zijn.

Hoe bedoel je?

Hannelore: Het plan investeert niet in het openbaar vervoer. Dat vinden wij onbegrijpelijk. Dit is een historische kans om een aantal investeringen aan elkaar te koppelen en te laten renderen voor de economie, de samenleving én het klimaat. Ook op het vlak van renoveren mist dit plan een enorme kans. Deze regering maakt miljoenen vrij om woningen te isoleren, maar doet dat via renteloze leningen en premies. Die mechanismen zijn weinig toegankelijk voor veel mensen die in slecht geïsoleerde woningen leven.

De regering-Jambon hield lang vast aan het begrotingsevenwicht. Waarom moet die dan toch op de schop?

Hannelore: Na de vorige crisis, in 2008, maakte de overheid de fout om meteen in besparingsmodus te gaan. De focus lag toen volledig op de cijfers op het einde van de rit. Natuurlijk moeten de cijfers op termijn kloppen. Maar om de de samenleving en economie een doorstart te geven, moet je eerst investeren. Dat zeggen wij al jaren met onze New Social Deal.

Conner Rousseau, onze voorzitter, vergelijkt dat met ondernemen. Als je wil dat je bedrijf groeit, moet je durven lenen. Dat doet de overheid nu. Dankzij je groei betaal je je lening terug én houd je winst over. Hetzelfde effect helpt ook onze samenleving vooruit.

Dit investeringsplan van 4,3 miljard euro is ongezien. Ik durf te beweren dat dat deels is omdat wij op die nagel zijn blijven kloppen. Deze regering bleef daar lang doof voor, maar kon dat niet volhouden. Zelfs Duitsland, de strengste boekhouder van Europa, trekt nu volop de kaart van investeren.

Welke lessen trekken jullie uit dit politieke jaar?

Melissa: Dat je geduld nodig hebt in de politiek. Dat was mijn grootste frustratie: de politiek gaat enorm traag. Soms dienen we met Vooruit een wetsvoorstel in dat ik zó evident vind dat ik denk: dit is in kannen en kruiken. Dan merk ik dat de meerderheid er helemaal anders over denkt, en dat we maanden verwijderd zijn van een oplossing.

Wat ik ook onthoud: dat je je niet mag verliezen in de waan van de dag. De actualiteit is belangrijk. Focussen op je eigen doelen nog veel belangrijker. Neem nu de zaak-Ihsane Haouach (de regeringscommissaris die ontslag nam na kritiek op haar uitspraken over de scheiding van kerk en staat, red.). Als politicus is het verleidelijk om je in dat debat te mengen. Plots wilde Radio 1 mij daarover interviewen. Ik weigerde. Met Vooruit moeten we ons niet laten meeslepen in politieke spelletjes van andere partijen.

En jij, Hannes?

Hannes: Ik treed Melissa daarin bij. In het parlement is dat schering en inslag: deze week staat iets in de krant, volgende week struikelen parlementsleden over elkaar om er een vraag over te stellen. Gewoon, omdat het in de krant stond.

Melissa: En de week erna zijn ze het alweer vergeten.

Hannes: Ja, dan is het alweer oud nieuws.

Kan je een voorbeeld geven?

Hannes: Verschijnt een rapport of onderzoek over gelijk welk onderwerp? De volgende week stellen vijf parlementsleden er een vraag over. Terwijl je eigenlijk een stap terug moet zetten. Waar willen we naartoe? Hoe past dit binnen onze structurele controle van de regering? Zowel de corona-commissie vorig jaar als de PFOS-commissie dit jaar zijn dan ook een stap in de goede richting.

Daarnaast stoor ik mij enorm aan het platte politieke spel dat je vaak in het parlement ziet. Middenin de coronacrisis vinden partijen als de N-VA het nodig om het Brusselse en Waalse beleid voortdurend te bashenTerwijl België en Vlaanderen het net heel goed doen in het vaccineren. In plaats van kritisch te zijn over jezelf, schuif je zo de verantwoordelijkheid alleen maar af.

We laten ons daar niet door meeslepen. Het algemeen belang staat centraal. Denk maar aan de strijd van Caroline Gennez voor meer ventilatie in openbare gebouwen. Zo willen wij aan politiek doen.

Hannelore: De coronacommissie bewijst dat het kán, over partijgrenzen heen constructief samenwerken met een visie op de lange termijn. Iedereen deelde dezelfde focus: hoe zorgen we ervoor dat we de volgende golf, en zelfs een volgende pandemie vermijden? Dat is voor mij de essentie van politiek: samen oplossingen vinden.

(Het artikel gaat verder onder de Facebookpost.) 

Ik leerde ook dat je vanuit de oppositie het verschil kan maken als je maar genoeg druk op de regering zet. Ik denk aan het lot van studenten tijdens de coronacrisis. Heel wat studenten lieten me weten dat ze het niet meer redden. Ze hadden hun vrienden al maanden niet gezien. Sommigen verloren hun studentenjob, waardoor ze hun kot niet meer konden betalen. 

Via een resolutie trok ik aan de alarmbellen in het parlement. De meerderheid stemde tegen en ontwierp meteen daarna een eigen resolutie die wél tot nieuwe wetgeving leidde. Het resultaat: studenten die niet geslaagd zijn na hun tweede zit, behouden nu hun leerkrediet. Voor hen maakt dat een ongelofelijk verschil. Daar ben ik best trots op.

Een oppositiepartij dient een resolutie in, die wordt weggestemd, en meteen daarna keurt de meerderheid een gelijkaardig voorstel goed. Typisch?

Hannelore: Heel typisch. Alles om niet op het voorstel van de oppositie te stemmen. Los van dat belachelijk politiek trucje telt het resultaat aan het eind van de dag voor mij: een betere bescherming voor studenten.

De gemiddelde leeftijd van de Vlaamse parlementsleden – cijfers van het federaal parlement zijn er niet – is 45 jaar. Daar zitten jullie alle drie ruim onder. Speelt dat in jullie nadeel?

Melissa: Je hoeft niet eerst tien jaar in het parlement te zitten om impact te maken. Nieuw zijn in de politiek heeft het voordeel dat je alles met een frisse blik bekijkt. Soms krijgen we een dossier in beweging waarvan sommigen zeiden: “Laat maar, dat probeerden we al eens.” Daarom wil ik altijd onbevangen naar de politiek kijken. Om er niet in te verzanden.

Hannelore: Daar sluit ik me volledig bij aan. Ik noem dat naïef realisme. Dat heb je nodig in de politiek. Daarnaast is het een kwestie van hard werken en hard studeren. En de ervaring die er is, zoveel mogelijk meenemen. In het Vlaams parlement werken we samen met Freya Van den Bossche, Bruno Tobback en Caroline Gennez. Mensen met een ongelofelijke staat van dienst, die ons met raad en daad bijstaan. De samenwerking verloopt enorm goed.

Hannes: Nu ik voorzitter van de PFOS-commissie ben, krijg ik van journalisten soms dezelfde vraag. Naast het feit dat ik al vijftien jaar politiek actief ben, vind ik dat om nog een andere reden een vreemde vraag: dezelfde journalisten ijveren op andere momenten net voor meer politieke vernieuwing.



Aan het begin van dit politieke jaar loopt de Vlaamse coronacommissie, die lessen moet trekken uit de crisis, op zijn laatste benen. In Vlaanderen steekt één tragisch cijfer erbovenuit: het hoge aantal doden in de woonzorgcentra. Hannes, jij was vicevoorzitter van de coronacommissie. Wat ging er mis?

Hannes: Toen aan het begin van de crisis alles op slot ging, zijn de woonzorgcentra vergeten. Ondertussen zagen we al de beelden uit Italië van ziekenhuizen die overspoeld werden. Om een of andere reden gingen er nog geen alarmbellen af bij de Vlaamse overheid. Het daagde nog niet dat dit virus net voor ouderen het gevaarlijkst is. 

In de woonzorgcentra speelde zich een drama af. In de coronacommissie getuigde een medewerker over zijn ervaringen. Ouderen werden aan hun lot overgelaten. Het personeel moest plots de zorg op zich nemen van tientallen doodzieke mensen en kreunde onder de werkdruk. Mensen stierven zonder afscheid te nemen van hun kinderen. Daar word je stil van.

De dramatische situatie in de woonzorgcentra kaartten we vrij vroeg aan in het Vlaams parlement. Met de coronacommissie keken we ook verder vooruit: hoe vermijden we dezelfde fouten tijdens de tweede golf of bij een volgende pandemie? Het was snel duidelijk dat het personeel te weinig beschermingsmiddelen had en ook niet opgeleid was om met virusuitbraken om te gaan.

Is dat niet begrijpelijk? Wie had ooit een pandemie van zo’n omvang verwacht?

Hannes: Opnieuw, wij trokken al vrij snel aan de alarmbel. Freya signaleerde haar bezorgdheden in februari al in het parlement: “In China ontstond een virus, dat intussen al in Italië zit. Zijn wij daarop voorbereid?” Dat werd op hoongelach onthaald. Ook minister Beke maakte grapjes. Nu kan je je dat haast niet voorstellen. Daar ging kostbare tijd verloren. Een maand later was alles potdicht. We hádden dus beter voorbereid kunnen zijn.

Hannelore: Ik vind het onbegrijpelijk dat er geen draaiboek klaarlag voor pandemieën. Zo’n twintig jaar geleden kregen we een waarschuwing. Een ander coronavirus, het SARS-virus, maakte opmars. In ons land vielen toen gelukkig geen slachtoffers. Maar dat een virus veel dodelijke slachtoffers kan maken, konden we toen wel al weten.

De coronacommissie bewijst dat het kán, over partijgrenzen heen constructief samenwerken met een visie op de lange termijn

Melissa: De federale overheid had zo’n draaiboek. Alleen maakte de toenmalige minderheidsregering er geen gebruik van. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij opeenvolgende regeringen. Zo was er – in theorie – een mondmaskerstock voorzien. Onder de vorige minister van Volksgezondheid, Maggie De Block (Open VLD, red.), werd die stock vernietigd. De bedoeling was om hem te vervangen, maar daar was geen budget voor. Een direct gevolg van de verschillende besparingsrondes in Volksgezondheid door de jaren heen. Net daarom was het voor ons zo belangrijk dat er nu en de komende jaren extra budget naar Volksgezondheid gaat.

Hannes: Een aantal Vlaamse woonzorgcentra was beter voorbereid. Eén van mijn fietsvrienden is de directeur van een Turnhouts woonzorgcentrum. Ze bleven grotendeels gespaard van de eerste golf. Misschien hadden ze gewoon geluk. Anderzijds deden ze wel alles volgens het boekje: van handen ontsmetten tot mondmaskers dragen en werken met compartimenten (afgescheiden ruimtes, red.) wanneer iemand besmet raakt. 

De verklaring is eenvoudig. Een paar jaar geleden hadden ze met een grote uitbraak van het norovirus te kampen. Toen werkten ze intensief samen met de hygiënisten van het ziekenhuis in Turnhout om de juiste lessen te trekken.

Dat was natuurlijk geen algemeen Vlaams beleid. Die hygiënisten deden dat gratis, in hun vrije tijd. De commissie beveelt woonzorgcentra nu aan om structureel samen te werken met hygiënisten van naburige ziekenhuizen. Dat soort lessen goot de commissie in aanbevelingen. Om de volgende keer wel voorbereid te zijn op een nieuwe golf of een andere pandemie.

Federaal zag je precies het omgekeerde: Frank Vandenbroucke die als minister van Volksgezondheid, tot ergernis van sommigen, op de rem staat voor versoepelingen. 

Melissa: En gelijk had hij. In het Overlegcomité stond hij vaak alleen in zijn positie. Toen Frank minister van Volksgezondheid werd van de nieuwe federale regering, beslisten ze bijna onmiddellijk om het wankele beleid van de vorige regering aan te scherpen. Dan zie je weinig politici voor de tv-camera’s om het voortouw te nemen en die beslissing te motiveren. Die verantwoordelijkheid neemt Frank wel. En zodra het iets beter gaat, verschijnt iedereen graag voor de camera met goed nieuws.

Sommige partijen probeerden zich populair te maken door met nieuwe versoepelingen te goochelen. Eén partij wilde de buitenbubbel koste wat het kost vergroten, een andere wilde dan weer alle kappers opengooien. Frank hield het been stijf, en dat werd hem niet in dank afgenomen. Op den duur kreeg Vooruit een reputatie in het parlement: daar valt niet mee te onderhandelen, als het op versoepelen aankomt. Nu denk ik dat iedereen beseft dat het net goed is dat we niet nog sneller versoepelden. 

Hannelore: Het resultaat spreekt voor zich, toch? In een crisis als deze is populistisch getoeter het laatste wat je nodig hebt: politici die eisen dat de restaurants open moeten, om hun mening de dag erna bij te stellen. Wat je nodig hebt, is een kapitein die stevig aan het roer staat en niet gewoon zegt wat een groot deel van de bevolking wil horen.

Melissa: Ik vond het typisch Jan Jambon (N-VA, de Vlaams minister-president, red.) om in de pers en in het Vlaams parlement te eisen dat de horeca weer open moet. Ook in het federaal parlement maakte de N-VA dat punt, om er in het Overlegcomité vervolgens geen punt van te maken. Ze beseften heel goed dat dat onverstandig was. Dus zeggen ze even in de marge: “Misschien wordt het tijd om de terrasjes te openen…”

Hannes: Om dan tegen de achterban te kunnen zeggen: we hebben het geprobeerd, en Frank hield het weer tegen.



Intussen gaat het schooljaar van start. Van leerkrachten wordt het onmogelijke gevraagd: soms moeten ze afstandsonderwijs geven aan leerlingen die thuis geen laptop hebben.

Hannelore: Corona vergrootte de ongelijkheid in het onderwijs alleen maar. Toen onze scholen op afstandsonderwijs overschakelden, bleek dat heel veel kinderen thuis gewoon geen computer hebben. Of thuis geen plaats om te studeren. Sommige ouders hebben het dan weer moeilijk om hun kinderen met schoolwerk te helpen of kunnen geen bijles betalen. 

Los van dat belachelijk politiek trucje telt het resultaat aan het eind van de dag voor mij: een betere bescherming voor studenten

Ik kreeg hoe langer, hoe meer alarmsignalen van ouders en wetenschappers over de toenemende leerachterstand bij sommige leerlingen. Sommigen haakten compleet af. Als socialist raakt die groeiende ongelijkheid mij echt.

Daarom nam ik het initiatief om een verschillende experts aan het woord te laten in het Vlaams parlement, om die boodschap daar over te brengen. Ik vind het belangrijk om dat probleem op de kaart te zetten. En, eerlijk: Ben Weyts lachte dat een beetje weg.

Nochtans komen er meer laptops.

Hannelore: Dat is geen structurele oplossing. Dat geld komt uit het Vlaams relanceplan. Wat gebeurt er als dat budget op is? Bovendien hebben de leerkrachten ook opleiding nodig om ermee te leren werken. Én je hebt simpelweg meer handen in de klas nodig. Leerkrachten geven aan dat ze al anderhalf jaar op hun tandvlees zitten. En het is nog niet voorbij: volgend schooljaar krijgen ze kinderen in de klas van wie ze een leerachterstand moeten wegwerken.

Er is budget voor extra leerkrachten, maar het is gewoon niet genoeg. Van een minister van Onderwijs verwacht ik een daadkrachtig plan om leerachterstand aan te pakken. In plaats daarvan kregen we losse initiatieven die vooral goed klinken, maar niet genoeg het verschil maken op het terrein.

Hannes had het al over getuigenissen vanuit de woonzorgcentra in de coronacommissie. Wel, de getuigenissen van leerkrachten en directeurs zullen mij ook voor altijd bijblijven. Voor zover dat nog mogelijk is, kreeg ik nog meer respect voor leerkrachten en directeurs die in zeer moeilijke omstandigheden hun school moesten runnen.

21 maart 2021. Sp.a wordt Vooruit, de socialistische beweging. Wat betekent dat voor jullie?

Hannelore: Een beweging word je niet van vandaag op morgen. Het is iets waar je elke dag aan bouwt. Voor mij betekent dat concreet dat ik, nog meer dan vroeger, inzet op een breed netwerk van experten, én de ramen en deuren opengooi voor iedereen die constructief met mij wil meedenken. Onderwijs ligt mij nauw aan het hart, en wij hebben de waarheid niet in pacht. Dus vraag ik aan de mensen: waar lig jij wakker van op vlak van onderwijs? Wat kan beter op de school van je kinderen? Ik wil mij laten inspireren door andere mensen en hun ideeën.

Hannes: Daarnet hadden we het over de waan van de dag. Met mensen praten en samenwerken is voor mij dé manier om de focus terug te vinden voor wat echt belangrijk is. Zo leidde ik digitale inspraaksessies over ‘goed en gelukkig leven’ mee in goede banen. Wat is belangrijk in het leven? Wat maakt ons gelukkig? Daar samen over nadenken is enorm verrijkend. Met Wim Van Lancker en tientallen andere mensen dacht ik dan weer na over de prioriteiten in het bestrijden van kinderarmoede.

Is het niet de rol van politici om met ideeën op de proppen te komen?

Hannes: De meeste mensen willen dat politici weten wat leeft bij de mensen, en terecht. Niet alle ideeën voor een betere samenleving hoeven uit de koker van een parlementslid te komen. Ik vind het net belangrijk om samen met heel veel mensen aan hetzelfde verhaal te bouwen. 

Hannelore: Ik geloof rotsvast in collectieve kennis. Ik laat mij adviseren door experts. En ook uit mijn eigen leven haal ik veel inspiratie, uit wat ik meemaak. Daarnaast praat ik voortdurend met mensen. Ik geloof in de kracht van de ervaringen en verhalen die ze met mij delen. De problemen waar ze tegenaan lopen en de oplossingen waar ze vaak zélf al over nadachten. Waarom zouden we die kennis niet delen? Ja, het is onze job om keihard voor die oplossingen te strijden en dingen te realiseren in het parlement. Zoveel mogelijk mensen de kans geven om ons daarbij te inspireren is alleen maar een meerwaarde.

Op 6 mei 2021 klopt de regering een loonakkoord af. De lonen kunnen met meer dan 0,4% stijgen, bedrijven die goed boeren kunnen een bonus van 500 euro netto uitbetalen en het minimumloon gaat omhoog. De reacties zijn gemengd.

Melissa: Als we het alleen voor het zeggen hadden, was het natuurlijk meer geweest. Over de loonnormwet hebben we maandenlang onderhandeld tijdens de regeringsvorming. Op een bepaald moment moet je de keuze maken. Of je stapt uit de onderhandelingen en je verliest wat je hebt behaald, zoals hogere pensioenen en meer middelen naar volksgezondheid. Of je zegt: we raken de loonnormwet voorlopig niet aan en we doen er achteraf alles aan om toch een schep bovenop de lonen te doen. Dat is gelukt.

Nieuw zijn in de politiek heeft het voordeel dat je alles met een frisse blik bekijkt

Wat de minimumlonen betreft: sommigen hadden het gevoel dat daar niets van in huis ging komen. Wel, vanaf volgend jaar stijgt het minimumloon met 75 euro bruto. Later kan daar stapsgewijs nog eens 100 euro bruto per maand bijkomen. Daar maken we het verschil, ook al staat daar niets over in het regeerakkoord.


De hogere pensioenen staan wel in het regeerakkoord. Toch zien weinig mensen het verschil op hun rekening. Sommigen gaven zelfs aan minder te ontvangen in januari.

Melissa: In het regeerakkoord staat het engagement voor een minimumpensioen van 1.500 euro netto tegen 2024. Om dat mogelijk te maken, stijgen de pensioenen telkens op 1 januari. Uit begrotingsoverwegingen zal de stijging in de laatste jaren hoger zijn dan nu.

Dat sommige mensen minder kregen in januari is eenvoudig te verklaren. Vroeger kregen ze aan het eind van het jaar een verrekening van de belastingdienst. Nu wordt iets meer pensioen ingehouden tijdens het jaar, zodat gepensioneerden aan het einde van het jaar niet plots 2.000 euro moeten terugbetalen aan de belastingen.

Je noemt het minimumpensioen van 1.500 euro tegen 2024 uitdrukkelijk een engagement. Hoe zeker is het dat het er komt?

Melissa: Corona maakt duidelijk dat er altijd iets onverwachts kan gebeuren. Eén ding is zeker: we zullen ons er altijd 100% voor inzetten om die belofte waar te maken. 1.500 euro netto minimumpensioen staat alvast zwart op wit in het regeerakkoord. Daar zullen we onze liberale partners fijntjes op wijzen bij de volgende onderhandelingen.

Op 17 mei 2021 verdwijnt de terrorist Jürgen Conings. In zijn afscheidsbrief bedreigt hij de viroloog Marc Van Ranst. Op sociale media regent het steunbetuigingen – voor Conings – en haatzaaierij. Een maand later wordt Conings’ levenloze lichaam gevonden. Waarom was een nieuw wetsvoorstel nodig, Melissa?

Melissa: Op sociale media kwam een stroom van giftige reacties op gang, waarvan heel wat oproepen tot geweld. Sommige geradicaliseerde individuen gaan een stap verder en maken ook echt plannen om de wapens op te nemen. Zogezegd voor de veiligheid van ons land of om “ons land terug te nemen van de virologen". 

Er bestaat al een verbod op privémilities, maar die wet dateert uit 1934 en is niet aangepast aan de tijd. Ze geldt vooral voor onruststokers die in militaire uniformen of met wapens op straat paraderen. Tegenwoordig zijn extremisten slimmer. Dus moet je de wet uitbreiden.

Hoever staat dit voorstel nu?

Melissa: Ons voorstel ligt gevoelig omdat extreemrechtse partijen zich geviseerd voelen. Terwijl de wet helemaal niet over politieke partijen gaat, maar wel over groeperingen zoals bijvoorbeeld Schild & Vrienden. Dat is een vereniging waarvan je je kan afvragen of zij niet oproepen tot geweld. Zij trainen met militaire wapens in Oost-Europese landen.

Moet oefenen op een schietbaan illegaal zijn?

Melissa: Nee. Alleen gaan extreemrechtse groepen niet gewoon even naar een schietbaan om te oefenen. Ze bereiden zich echt voor op een soort van oorlog. Volgens de Staatsveiligheid wordt de dreiging vanuit extreemrechts steeds ernstiger, en vormt het intussen één van de grootste bedreigingen in ons land.

Hannelore: Ik denk dat de zaak-Jürgen Conings inderdaad aantoont hoe reëel de dreiging van extremisme is. Het is een gevolg van de polarisering in onze samenleving, die door extreemrechts wordt opgezweept. Politici moeten hun verantwoordelijkheid nemen in plaats van mensen tegen elkaar op te zetten. Je mag niet minimaliseren dat Conings oorlogswapens heeft gestolen. Dat is op zich al een heel groot probleem.

Wat als een moslim wapens had gestolen en mensen had bedreigd? Ik ben er vrij zeker van dat niemand dan had beweerd dat zo’n grootschalige zoekactie belachelijk is.

Op 23 mei gaan zo’n 400 mensen zonder papieren in hongerstaking in de Brusselse Begijnhofkerk. Ze eisen de collectieve regularisatie door de overheid. Vandaag, op 21 juli, is de impasse compleet: de PS en Ecolo dreigen uit de regering te stappen als er een dode valt. 

Melissa: De situatie van de hongerstakers is momenteel bijzonder kritiek. Voor mij moet de aandacht nu prioritair naar hun gezondheid gaan. We moeten er alles aan doen om hen medisch te helpen. Frank gaf daarom de opdracht om hen permanent medisch bij te staan, fysiek én mentaal. Zo kunnen ze zo snel mogelijk naar het ziekenhuis worden overgebracht. Wij roepen iedereen op om die medische hulp mee mogelijk te maken. 

Intussen werd Dirk Van den Bulck (de commissaris-generaal voor Vluchtelingen en de Staatlozen, een onafhankelijke federale administratie, red.) aangesteld als speciaal gezant. Hij kan de mensen naar de wettelijk voorziene procedures leiden.

Wij moedigen mensen zonder papieren aan om gebruik te maken van het bestaand wettelijk kader. Denk maar aan verblijfsprocedures zoals asiel, gezinshereniging of studies. Soms, als uitzondering en in prangende humanitaire omstandigheden, kan ook een verblijfsrecht worden toegekend via regularisatie. Dat gebeurt nooit collectief, maar op basis van ieders individuele omstandigheden. Daar pleiten we nu ook voor. 

(Vlak na het publiceren van dit interview raakt bekend dat de hongerstakers ermee akkoord gaan om de dialoog aan te gaan op een neutrale locatie, op basis van hun individuele situatie, red.)

In juni 2021 raakt bekend dat de grond in en rond het Antwerpse Zwijndrecht sterk vervuild is met PFOS. Al snel wordt richting de 3M-fabriek gekeken, die de stof tot 2002 produceerde. Heel wat overheidsinstanties en politici wisten van de vervuiling. Toch bond niemand de kat de bel aan. Hannes, hoe maak jij als voorzitter van de PFOS-commissie het verschil?

Hannes: Eerst even terug in de tijd. Wat is er gebeurd? In 2002 stopt 3M met de productie van PFOS in Zwijndrecht, omdat ze weten dat de stof risico’s inhoudt voor de volksgezondheid. In en rond Zwijndrecht is de concentratie het grootst, maar via het grondwater raakt het ook verder verspreid. Op sommige plaatsen wordt de norm 26 keer overschreden. Mensen kunnen eraan blootgesteld worden door groenten uit de tuin te eten of eieren van hun kippen te eten. In 2017 ligt er communicatie klaar om de bevolking te waarschuwen. Alleen: die raakt nooit verstuurd.

(Het artikel gaat verder onder de Facebookpost.) 

De mensen zitten dus met heel wat terechte vragen. Mag ik nog eieren eten? Mag ik mijn kinderen nog in de zandbak laten spelen? Zit er gif in ons bloed? Maar ook: wie wist het? Waarom werden we niet gewaarschuwd? Die vragen zou ik mij ook stellen als ouder. Voor onze beweging en deze onderzoekscommissie is het nu cruciaal om op die vragen het antwoord te bieden. 

We kijken ook verder. Hoe gaan we in de toekomst om met zogenaamde historische vervuiling? Nu is het PFOS. Misschien is het over enkele jaren wel een andere stof, die schadelijk blijkt te zijn?

Misschien hebben sommige politici boter op het hoofd in dit verhaal. Is het dan niet vreemd dat het ook de politiek is die de zaak moet onderzoeken?

Hannes: Als voorzitter van de onderzoekscommissie waak ik erover dat niemand zijn eigen partij uit de wind zet. Een onderzoekscommissie is veel meer dan een groepje politici dat eropuit trekt. Het is een krachtig parlementair instrument met sterke bevoegdheden. Ik was vicevoorzitter van de coronacommissie. Daar verliep het onderzoek heel correct. Tegelijk willen we meer doen dan alleen nagaan wie waarvoor verantwoordelijk was. Zoals ik al zei, het is minstens even belangrijk dat we met structurele oplossingen komen voor historische vervuiling.

Hannelore: Hannes zette zich het voorbije jaar ook op de kaart als iemand met parlementaire sérieux, die zijn dossiers kent. Zo won hij het vertrouwen van de andere partijen. Iedereen, over de grens tussen meerderheid en oppositie heen, is ervan overtuigd dat hij er alles aan zal doen om de waarheid boven te spitten. In alle onafhankelijkheid.

Ons overzicht nadert het einde van het schooljaar. Jeugdbewegingen maken zich op voor hun zomerkamp. Wie richting Luik of Limburg trekt, ziet zijn kamp in het water vallen. En er is nog dat andere probleem: corona. Sommige jeugdorganisaties vinden op voorhand testen niet nodig, net als minister van Jeugd Benjamin Dalle (CD&V). Vooruit wel. Waarom?

Melissa: De vaccinaties lopen goed en daar houden we aan vast. Tegelijk zijn er nog veel onzekerheden. Waarom zou je niet gewoon die extra veiligheid inbouwen? Op Pukkelpop sta je straks op de weide met 60.000 mensen van wie je niet zeker weet dat ze niet besmet zijn. Dat is hetzelfde probleem. Ik ben zelf chiroleidster geweest. Je zal maar een heel jaar bezig zijn met de voorbereiding van een kamp en na twee dagen naar huis moeten omdat iemand besmet blijkt. Ik heb al weet van twee kampen die daarom zijn afgelast.

Hannes: Conner en ik hebben dat regelmatig aangekaart bij minister Dalle in de Commissie jeugd. Dat viel in dovemansoren. Met die beslissing zou minister Dalle zich immers onpopulair maken in de sector. Melissa had het over de leiders. Voor de kinderen geldt precies hetzelfde: je zal maar een kind van acht jaar oud zijn dat besmet is geraakt, waardoor alle vriendjes naar huis moeten. Dat wens je niemand toe. Een sneltest op voorhand is dan toch beter?

Hannelore: En het vreemde is: die sneltesten zijn er. De Vlaamse overheid kocht grote hoeveelheden aan voor het onderwijs. Omdat die uiteindelijk veel te lang niet werden gebruikt, bleven we met een grote voorraad zitten. Die stock kunnen we nu perfect inzetten voor de zomerkampen. Zo voorkom je dat kampen moeten worden opgedoekt.

Vorige week kreeg ons land af te rekenen met ongeziene regenval. Honderden huizen werden weggespoeld en meerdere mensen lieten het leven. We eindigen dit jaaroverzicht met gisteren: de nationale rouwdag ter nagedachtenis van de slachtoffers.

Melissa: Onze gedachten gaan naar uit naar alle slachtoffers en getroffen gezinnen. De komende dagen zoeken de hulpdiensten naar de meer dan honderd vermisten. Tegelijk wordt de materiële schade steeds meer duidelijk. Het water trekt weg, de hulpdiensten blijven nog lang nodig. Nu zien we de gevolgen van de besparingen op civiele bescherming van de afgelopen jaren. 

(Het artikel gaat verder onder de Facebookpost.) 

Het zou een vergissing zijn om deze ramp als brute pech te zien. Verschillende klimaatexperts wijzen erop dat extreme regenval alleen maar vaker zal voorkomen. Warme lucht houdt meer vocht vast. We kunnen heel wat doen om de kans op dit soort rampen te verminderen. Via wachtbekkens, dammen in landelijk gebied, en veel belangrijker: een moedig en sociaal klimaatbeleid.

Meryame Kitir (minister van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedelijk Beleid, red.) bezocht getroffen gezinnen in Limburg. Naast alle ellende die ze zag, viel ook de solidariteit haar op. Mensen die in het midden van de nacht hun huis uit moesten, kregen tientallen sms’jes van mensen die een slaapplaats aanboden. Inzamelacties worden overspoeld met spullen. Misschien moeten we vooral dat onthouden uit deze ramp en uit dit jaar: hoe solidair we met elkaar zijn op de moeilijkste momenten.

Over de Auteur

Team Vooruit

Deel dit artikel met je vrienden. Een kleine moeite maakt een groot verschil.