Nieuws

LOKAAL: Interview met schepen Mathijs Goderis

Vooruit Brugge

Friday 27

March 2026 11:38

‘Waar velen in dezelfde richting gaan, komt de weg vanzelf.’

Schepen Mathijs Goderis en ik wandelen elkaar tegemoet op het binnenplein van het Zilverpand. Hij geeft me een stevige handdruk, terwijl de telefoon in zijn andere hand zijn aandacht vraagt. We lopen Joey’s café binnen en vinden in de ronde tafel de ideale plek om te praten over zijn engagement en ambt als schepen van stadsontwikkeling, ruimtelijke planning, erfgoedzaken en monumentenzorg.

Kan je iets vertellen over jouw afgelegde weg, in de politiek?

‘Ik ben afkomstig uit Lissewege, een klein dorpje met een heel hechte gemeenschap. Ik heb een heel sterk rechtsvaardigheidsgevoel, het is me van thuis uit meegegeven. Mijn oma heeft zich in de jaren 70 ingezet voor Zeebrugge, ze vocht voor leefbaarheid bij de uitbreiding van de haven. Ze heeft als vrouw in de die tijd een actiegroep opgericht, vanuit de gedachte dat we samen sterk staan. Van haar heb ik geleerd dat als je samen hetzelfde denkt en doet, je de weg vooruit mogelijk maakt. We zijn maar kleine individuen en als we samen tegen de stroom ingaan, kunnen we het verschil maken. Daarom ben ik in de politiek gegaan, omdat er in mijn jeugdjaren in mijn dorp, veel begon te bewegen. Denk maar aan de haven, maar ook de komst van de A11. Ik wou hier niet 25 jaar later terugkomen om dan vast te stellen dat het allemaal naar de vaantjes is gegaan. Dit motiveerde me om proberen te wegen op de besluitvorming. Als deelgemeente moet je dikwijls meer knokken om zaken te bekomen. We realiseren iets door gevoeligheden naar boven te brengen, door ze op de agenda te plaatsen. Samenwerken is essentieel, want onafhankelijkheid van het dorp, is compleet onrealistisch.’

Waarom Vooruit?

‘Ik kom niet uit een katholiek nest, mijn mama stemde groen en mijn pa was eerder liberaal. Toen ik op ideologisch vlak mijn weg begon te vinden, richting het socialisme, was dit toch niet evident. Dit leidde thuis tot veel discussies. Toen ik me wou abonneren op het tijdschrift Rood, een klein links tijdschrift, zei mijn pa dat dit niet in huis kwam. Wanneer mijn mama vroeg wat ik graag wou voor mijn verjaardag zei ik: ik wil maar één ding en dat is een abonnement op Rood. Alle andere geschenken die mijn mama me gaf, weigerde ik. Ze was er kapot van en dit heeft zo een jaar of drie geduurd.

Via solidariteit, rechtvaardigheid en opkomen voor rechten heb ik mijn weg naar het socialisme gevonden. Het begon voor mij al tijdens mijn schooljaren: in het secundair was ik actief in de jeugdbeweging, de schoolraad en het leerlingenparlement. Op een dag hebben we Renaat Landuyt aangesproken, toen we hem tegenkwamen op straat hier in Lissewege. We gaven hem de boodschap dat we ons met enkele mensen wilden engageren voor de partij. Na een gesprek met enkele lokale leden van de toenmalige Sp.a hebben we de kern hier in Lissewege opnieuw opgestart. Ik nam ook contact op met de partij in Brugge, met Alain Petit. Op een avond kreeg ik een telefoon van John Crombez, met de vraag om eens af te spreken in Lissewege. John is naar ons komen luisteren, want hij had gehoord over de jonge mensen die in Lissewege een engagement opnamen. In 2012 stond ik voor het eerst op de verkiezingslijst en werd ik tot mijn eigen verbazing rechtstreeks verkozen en werd ik op de koop toe fractieleider van de gemeenteraad. Op mijn vierentwintigste werd dit mijn vuurdoop in de lokale politiek.’

Wat betekenen jouw bevoegdheden voor jou?

‘Het is een privilege voor mij om een stad als Brugge mee te mogen besturen. Het is een heel mooi mandaat, want in Brugge heb je een redelijk budget om beleid mee te voeren en tegelijkertijd kan je ook nog dicht bij de mensen staan. In de vorige legislatuur had ik de bevoegdheden jeugd en preventie, die me nog altijd heel nauw aan het hart liggen. Mijn portefeuille nu is van een heel andere grootorde, het is een sprong vooruit voor mij. Het is een stevig mandaat, dat ons veel gewicht geeft in het college. Met jeugd en preventie had ik altijd iedereen nodig, maar niemand had ooit mij nodig. Nu ligt dit helemaal anders, want alles moet vergund worden. De materie is complexer en iedere beslissing in de ruimtelijke ordening, heeft voor- en tegenstanders. Ik wil oprecht luisteren naar de bezorgdheden van de mensen, maar we baseren ons op de expertise en beoordeling van de administratie. Ik ben geen ambtenaar en hoef geen specialist te zijn, ik moet nagaan en bepalen wat het wenselijke beleid is. Dankzij de zes jaar ervaring in het college sta ik stevig in mijn schoenen. Binnen ruimtelijke ordening hebben we als partij veel ambities: bovenaan ons lijstje staat het maken van een nieuw regelgevend kader, het vrijwaren van de open ruimte en stappen zetten in het sociaal en betaalbaar wonen in onze stad. We leggen de focus op de Bruggelingen: meer woningen op de markt voor de inwoners van onze mooie stad.’

Hoe maak jij van het ruimtelijk beleid ook een sociaal beleid?

‘Bij elk woonproject vanaf een X aantal wooneenheden verplichten we de bouwpromotoren om in deze projecten een aandeel sociaal en betaalbaar wonen te realiseren. Sommige mensen geven de kritiek dat je zo de prijs opdrijft van de andere woningen, maar de realiteit is dat je op lange termijn de grondprijs zal drukken. Als de grond goedkoper wordt in Brugge, is dat in het belang van iedereen die een huis wil kopen in Brugge. Want de waardebepaling van woningen gebeurt op basis van vergelijkbare woningen in de buurt. Op stedelijk niveau is dit nieuwe regelgeving, het bestond niet eerder. We nemen ook initiatief om zelf stadsgronden te ontwikkelen, samen met de sociale huisvestingsmaatschappij. Met het creëren van meer sociale woningen, helpen we niet enkel de mensen die op de wachtlijst staan. Als alle kandidaten effectief sociaal kunnen wonen en zij zo niet op de private markt terechtkomen, zal er veel minder druk zijn op de huurmarkt. Dan zouden de prijzen ook dalen en krijgen jonge starters in onze stad een hogere kans op een betaalbare woning. Dankzij het Beleidsplan Ruimte Brugge kunnen we werken aan uitdagingen zoals klimaatverandering. Het plan schept een duidelijke visie op de open ruimte: waar we dit moeten behouden en ontwikkelen. Leegstand betekent ruimteverspilling: ik denk aan leegstaande bedrijven, onbenutte sites en braakliggende percelen. Als goede huisvader moet je geen nieuwe open ruimte aansnijden, je moet optimaliseren wat je hebt. We hebben ook de groen-blauwe netwerken, dit zijn groene stroken en waterstromen die we gaan doortrekken tot in de wijken. Een voorbeeld hiervan is het openen van de Kerkebeek in Sint-Michiels. Daarnaast doen we inspanningen om meer ruimte te scheppen voor water en om de biodiversiteit te verbeteren. Een ander belangrijk element in de ruimtelijke ordering, is het erfgoedkarakter van onze stad. Het erfgoed moeten we een toekomstgerichte invulling te geven, al is het maar om het erfgoed zelf te beschermen. Gebouwen worden altijd gerenoveerd om aan hedendaagse normen te voldoen, zelfs het stadhuis. Enkel zo kunnen we een erfgoedstad zijn, maar ook een levendige stad.’

Wat vind je van de toenemende polarisatie in onze samenleving en hoe kunnen we hier volgens jou het best mee omgaan?

‘Ik ben ervan overtuigd dat we met het lokale beleid nuttig werk verrichten. Als ik nadenk over de grote maatschappelijke problemen, voelt het precies alsof ik de afwas doe in een huis dat in brand staat. We realiseren hier goede dingen, maar ik word er stil van, als ik aan de mondiale problemen denk. Ik krijg een heel onaangenaam gevoel, wanneer ik ervaar hoe verzuurd en hard onze maatschappij is geworden. De sociale media spelen hier een heel gevaarlijke rol in. Ik denk dan aan de reacties op de bevallingsrust van Minister Melissa Depraetere. Wanneer zijn we zo geworden, dat vraag ik me af. Wat is er gebeurd met een beetje menselijkheid en begrip? We zijn vergeten wat het is om samen te leven. Vroeger was iedereen wel in een of andere vereniging actief en nu zitten we veel thuis achter ons schermpje. Als we praten met elkaar, maakt ons dit milder als mens, het leert ons om begrip te hebben voor elkaars mening.’

Collega Joke Knockaert heeft een vraag voor je: ‘Wat is jouw levensmotto?’

‘Als velen in de dezelfde richting gaan, komt de weg vanzelf,’ zegt hij trots.

‘Het zijn mijn oma’s woorden, die aangeven wat je allemaal kan bereiken als je samen de handen in elkaar slaat.’

Welke persoonlijke competenties helpen je, om je mandaat uit te voeren? En wat is jouw werkpunt?

‘Ik ben empathisch, ik wil mensen altijd helpen. Dat is meteen ook mijn werkpunt. Want in mijn huidige job kan ik niet altijd helpen, ik kan niet alle mensen geven wat ze willen. Hoe ik op de beste manier nee kan zeggen, is een zoektocht voor mij.’ Mathijs lacht. ‘Ik leef altijd mee met de mensen, wanneer ze een minder leuke boodschap krijgen. Als politicus heb ik de ervaring dat je de mensen kan geruststellen, als je ze een eerlijke uitleg geeft. In ruimtelijke ordening valt dit helaas soms tegen, omdat mensen emotioneel betrokken zijn. Het gaat over hun huis, hun eigen plek.’

Vraag van collega Annick Lambrecht: Wat is jouw formule om het evenwicht te bewaren tussen je werk en je privéleven?

‘In alle eerlijkheid: ik heb de magische formule nog niet gevonden. Het is altijd zoeken naar balans. In de vorige legislatuur heb ik aan den lijve ondervonden dat meer presteren, geen meerwaarde betekent. Ik ben in mijn job gevlogen, ik wou snel veel te veel doen. Op die momenten heb ik ervaren dat mijn gezin mij energie en veerkracht geeft. Mijn besluit is dat politiek een prachtige stiel is, maar dat het ook vergankelijk is. Er is maar een ding permanent in je leven en dat is je familie, je relatie, je kinderen en je vrienden.’

Burgerinspraak lijkt heel belangrijk. Hoe kan je tegemoetkomen aan de kritiek dat politiek verantwoordelijken te weinig luisteren naar burgers?

‘Als politicus moet je aanspreekbaar zijn en alle moeite doen om dicht bij de mensen te staan. In mijn huidige mandaat heb ik voldoende contact met de Bruggelingen, al is dit toch anders. Als jeugdschepen waren die contacten eerder informeel en in een losse sfeer, terwijl er nu altijd belangen meespelen in dit overleg met de burger. De kloof tussen burger en politiek vermindert, als de mensen je kunnen aanspreken. We hebben een serieuze achterstand in te halen wat betreft beleidsparticipatie. Er zijn gemeenten die experimenteren met een burgerbudget. Dit werkt via een panel van burgers, die geloot zijn. Zo kan je een representatieve steekproef van je bevolking bereiken, die dan als panel actie kunnen ondernemen. Nu zijn het meestal dezelfde mensen die hun stem laten horen. Daarom moeten we proberen om iedereen te bereiken, uit alle lagen van de bevolking.’

Heb jij een vraag voor je collega Barbara Roose?

‘Wat motiveert jou persoonlijk om je te engageren als gemeenteraadslid voor Vooruit Brugge? En wat geeft jou vandaag nog altijd energie in dat mandaat?’

👉 Interview en tekst door Jonathan Jetten 


Ga naar Vooruit Brugge
Over de Auteur

Vooruit Brugge

Deel dit artikel met je vrienden.

Dit vind je misschien ook
interessant